Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

Het heim

Zo'n mooi woord: het heim. Aan de rand ervan Buigt steels het gras Waar de wind haar kroelt Haar speels Door de haren woelt Terwijl wat verderop Temidden De vijver nog ongeroerd In haar bedding van jaren Zo nauwgezet en teder Als jouw rug in mijn schoot Na lang bedaren De treurwilg wiegt Zij mijmert, mocht ze Zingen ze zou Neuriën, met zachte stem Noch hoog, noch laag Haar schaduw speels Om haar lenden Zij wiegt haar heupen Wikt en wiegt en weegt Al haar gebaren Nog daar voorbij Tot aan de einder Waar de kleuren Van helder tot zacht En onvast In de zoom van land en lucht Uitlopen, begint straks Opnieuw Het dagen Het verwijlen Het verpozen Het wel Het wee Van het heim En haar onherroepelijke vervagen.  

Een label als kwaliteitslabel

Waarom je je hersentumor ook niet laat behandelen door een voetspecialist. Over het nut van labels. "Dat label, heb je dat nu echt nodig?" Ik kreeg de vraag destijds regelmatig. En nog altijd vinden mensen het nodig om te stellen dat iedereen tegenwoordig een label krijgt. M.a.w. dat het er eigenlijk niet toe doet, dat label. Zou jij het ok vinden dat een longspecialist je opereert voor een hersentumor? Of dat je aan een kapper vraagt om een brug te bouwen? Nee toch? Wel, zo zit het dus met die labels ook. Mensen kunnen dankzij dat label aangeven dat ze specifieke hulp én expertise nodig hebben. Net zoals je voor een verfijnde wijnkeuze een sommelier raadpleegt, heb ik baat bij ondersteuning en advies van mensen die een goed begrip hebben van wat autisme en add inhouden. Bij deze een warme oproep om ipv onmiddellijk labels te devalueren eerst en vooral respect en aandacht te hebben voor wat iemand nodig heeft.

Opmaat

Zoals het blad Zich vouwt tot knop En de vlinder tot pop Het piepkuiken tot ei En de halm tot kiem In de dop Zoals het licht Met de zakkende zon In het oosten Het zeewater weer horizon Of hemelwaarts keert Langs de rivier terug De berg op Zoals de melodie Van de suite Zich noot voor noot Uit het binnenoor Door klankkast Langs snaren en boog Terug tot in de vingers En het hart van wie beroert Verstopt We elkaar zonder te weten Wat we missen Voorgoed kunnen vergeten Daar wacht ik Daar wacht ik op.

Geheelonthouding

De zee die zich het schuim En het oprijzen en neerzijgen Van de golven ontzegt De zon die zich ervan weerhoudt Uit te barsten In allesverzengende hitte De regen die zich verwaardigt Om daar te vallen waar Zij nergens te veel is De wind die rechtsomkeer maakt Bij de eerste aanstalten Van ongemak De cactus die haar stekels intrekt De bijen en wespen hun angels Hanen die hun gekraai inslikken En beken en rivieren die beheerst Binnen hun oevers blijven Vulkanen die imploderen Om niet uit te barsten Aardplaten Die zich nauwelijks nog Durven te verroeren En wij Wij die de adem inhouden Tot we erbij neervallen.
Wanneer er van wind nog lang geen sprake is men ademt wat zoals gewoonlijk geen wolken in de verste verten te bekennen zijn wanneer het enige wat hier druppelt zweet is dat parelt op het voorhoofd van toevallige voorbijgangers en dat wat nog het dichtst in de buurt komt van donder het klapperen van de vleugelslagen is van opvliegende duiven ben ik al lang doorweekt en murw, gebroken. En wanneer dan aan het eind het alsnog begint te regenen en iedereen gaat schuilen nu de wind echt als een bezetene tekeer gaat ben ik de enige die het plein op gaat om op een bankje de krant te zitten lezen alsof er niets aan de hand is alsof het allemaal nog moet komen alsof het allemaal al lang voorbij is.

Stuk

Iemand heeft de huid Naar binnen en de zenuwen Naar buiten gekeerd Vlak voor de voorstelling begon Dan moet je op En doe je zoals Je hebt geleerd Alles goed En toch, toch voelt alles Verkeerd Op straat ineens Geen zaallicht meer Publiek dat zich een weg weet Terwijl jij voortdurend je tekst verleert Je roept: nog een keer Je in paniek de coulissen zoekt Maar die zijn er niet meer Enkel overal geroezemoes Alsof je door een horde souffleurs wordt achterna gezeten Je buigt je te pletter In een stuk dat maar niet ophouden wil Je wil af Ontkleden Ontschminken Ontmaskerd Naar huis Terug naar gisteren De enige plek Waar je het vandaag wel zou weten. #autismawareness #wereldautismedag #KEIvoorAutisme

Mieren

Waar jij een mens ziet Zie ik mieren Een hele hoop Als jij praat Hoor ik een zwerm Spreeuwen Als jij me aanraakt Regent het Op mijn huid Als jij me zoent Is er ineens Zoveel zee Om in te drijven Dat ik er bang van word En als jij weg gaat Is het als in een bos Dat plotsklaps Ondergronds is gegaan Terwijl ik de enige ben Die hierboven blijft staan. Waar jij een mens ziet Zie ik mieren.

Langeling

We lengen We lengen Het water Het donker De dagen We lengen Wat nu is Met later Elk antwoord Met vragen We lengen Het gras De zomers Met jaren We lengen En lengen Tot het verlangen Keert Tot alles ons lengt En wij Van de weeromstuit Bedaren.

Ode aan Aad Donker

Je begint met licht Helwit licht Zo fel dat het pijn doet Aan je ogen Daarna wijkt het wit Ontrafelt, ontplooit, breekt In kant en linnen, Ontvouwt zich in geel Blauw, rood tot Elk van hen weer breekt En wijkt voor licht dat lijkt Op karmijn, lichtkoraal, zalm, Guldenroede, goud, ivoor, Citroen, olijf- en grasgroen, Honingdauw Aquamarijn, muntcréme, Cyaan, lavendelblos en orchidee, Pruim, distel, magenta en rood Violet, diep-, warm-, licht-, oud-, zacht- En gewoon roze, faalroodpaars, Tarwe, gebleekte amandel, navajowit, Konings-, korenbloem-, lichtstaal-, en Hemelsblauw Zich weer vermengt, Verzadigt, verzengt en  Aanlengt Tot lei- en tal van andere tinten Grauw, grijs en zwart. Vol. Zwaar. Zwanger. Breekbaar. Zwart.

Voor N.

Als je dood gaat Blijf dan nog even Want wie anders Gaat ons leven Met zachte schaduw omgeven? Als je dood gaat Blijf dan nog even Want wie anders Zal de stilte kleuren Met herinnering Als wij het spreken Hebben opgegeven? Als je dood gaat Blijf dan nog even Want wie anders Kan ons beter dan jou Nabij zijn als wij Zo zonder jou Verder moeten leven? Als je dood gaat Blijf dan nog even.

Fatum

Het heeft geen zin Om je een weg te banen Tussen de druppels Nu het regent Of onbewogen te blijven Tussen de woest wuivende halmen Te midden van de storm Het heeft geen zin Om uit alle macht Stroomopwaarts te drijven En onderweg De plooien in het landschap Glad te strijken Tot je terug bent Bij de bron Om te ontdekken Dat zelfs daar Niets begint Dat nooit al  Eerder begon