Zonnebloemen gaan niet slapen. Ze staren maar wat voor zich uit en wachten tot de maan haar geleende licht gul naar binnen giet – ik laat het dakraam altijd op een kier – om een praatje te maken met de kauwen op de nok van het dak de nacht en dag even zwaar leunen tegen hen aan ontwrichting is nergens te bespeuren ik vertaal mijn repliek van de dag in het geraas van een voorbijrijdende wagen voorbijgestreefde motortechniek geeft de lettergrepen iets mechanisch mee alsof ze altijd net te traag proberen te begrijpen wat ze met zich meedragen hoe dan ook ze komen aan en worden als kruimels netjes verdeeld onder alle aanwezigen het gebeurt zwijgend zonder verpinken zonder omzien hun blik strak op hun vluchtpunt aan de einder gericht er is geen loskomen aan één van hen schraapt nog een laatste keer zijn keel de rest van de wereld vult, met gepast respect zijn woorden aan, het spreken is al lang aan hem voorbijgegaan, niets hoeft nog gezegd met de aankondiging heeft alles hier ...
Hannes Couvreur