je zoekt in de plooien van een narcis een model om fouten te ontdekken kon je maar met zekerheid zeggen dat het nu eens niet aan jou lag de huivering op het water, de omgewaaide stronk die aan de oever zijn lot ondergaat er zit samenhang in wat uiteenvalt en je haat paradoxen omdat het truukjes zijn die wat je aan en tegen staat toch bij elkaar brengen je wordt zenuwachtig nu de avond valt want morgen is ze niet meer en begint het wachten op een nieuwe lente je duwt je neus nog een keer in de kelk en haalt diep adem een wanhoopsdaad alleen een god mag het weten
Hannes Couvreur