Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

Er worden posts getoond met het label angelus

Buffalo Will

Je ligt - witheet van woede - aan de grond genageld - in één stuk geslagen - om de wonde. Er was geen ontkomen aan. In het donkerste van de storm zou het licht je vinden. Wie gaat er ook tijdens een onweer op een heuvel onder een boom staan? Je bent een rund een verdronken kalf op het droge, geboren met het water al aan je lippen die na het zogen van de tepel nog nauwelijks het gras geproefd nu in een verbaasde grijns gestold je mond een menselijke trek van verstomming geven je vraagt je af, moet je iets zeggen om iets te betekenen? Het weiland ligt er wat onwennig bij. Zelfs de ochtendbries durft het laken nauwelijks op te schudden. Mensen te klein om te beseffen, gooien je achterop een truck. Eén van hen moppert: dat de stroom toeristen snel zal opdrogen, dat we de pers moeten inlichten, dat ze het weten, hij is dood. Er is niets bijzonders meer aan. Ze zullen je opzetten, ergens in de giftshop, naast het vorige exemplaar, met van die glazen ogen. (Geen snapshot zo treffend als dat v...

naaldoog . gaatje

sneeuw op het museumraam . je vinger neemt je mee op sleeptouw langs een eentonig vraaggesprek het wit staat je tegen het zwart is wat je binnen hoort te zien (adem) je gaat op een welbepaalde afstand staan en leest aan de andere kant - tegen het raam - verdwijnt een rug in de wereld terwijl hij aan jou verschijnt je wil geen kaartje kopen ongepast en zonder omweg eerst naar buiten komen . je vinger wijst haar gaatje aan

wat doe je met je laatste? 2.0

strakgetrokken stembanden wapperende trommelvliezen wat meegaand neushaar dat aarzelend, schuldig haast terugplooit uit het voetlicht na de laatste noot gedwongen sluit je de oren ook aan je blik is met geen touw nog iets vast te knopen niemand om te merken hoe een kraai tegen het raam opvliegt een vergissing van het moment ’s ochtends had je het nog openstaan en bij het ontbijt gezien hoe de melk zich tussen de ontbijtgranen een weg zocht, naar de melk, naar boven toe naar de rand van de blauwe kom één druppel net over de rand baant zich een weg vrijglijdend naar één van de vele nerven in de tafel en verdwijnt in het hout ontbindend tot. - hij had je kunnen afleiden - er is een hele keuken om hem toe te juichen maar alles heeft zich al afgewend. iedere hap kraakt het in je hoofd wij blijven op het punt staan tot. het is een edele vorm van pesten

wat doe je met je laatste?

strakgetrokken stembanden, wapperende trommelvliezen, wat meegaand neushaar dat aarzelend, schuldig haast, naar je terugkeert na de laatste noot je sluit noodgedwongen de oren en ook aan je blik is met geen touw nog iets vast te knopen er is niemand om te merken hoe een kraai tegen het raam opvliegt, een vergissing van het moment ’s ochtends had je het raam nog openstaan en bij het ontbijt gezien hoe de melk zich tussen de ontbijtgranen een weg zocht, naar de melk, naar boven toe, naar de rand van de blauwe kom hoe één druppel aan de rand zich een weg baant vrijglijdend naar één van de vele nerven in de tafel en verdwijnt in het hout ontbindend tot. - hij had je kunnen afleiden - er is een hele keuken om hem toe te juichen maar alles heeft zich al afgewend. iedere hap kraakt het in je hoofd wij blijven op het punt staan tot. het is een edele vorm van pesten

[Poëzie - Angelus] klein klein kleutertje

(c) Wikipedia koperen koning en tinsoldaat onder de meeuwenpoep op de stoep van je zeepaleis je staart je blind op de dijk naar een barst in een tegel die ik niet vinden kan je stond in een park in de hoofdstad toen ze je foto namen een statieportret ter staving van je spontaniteit koningen zijn ook maar mensen, tu-sais en nu sta je hier, in het brons, een beetje kleiner dan je echt was, wat zwaarder ook de wind trotserend en het schurende zand de tijd die vol nijd striemen trekt in je andere wang het is met het onbenul van een kind dat je hier de eeuwigheid trotseert tot de dag dat de zee komt en je meeneemt nu is er iedere dag de avond en het moment waarop niemand nog naar je omkijkt. -- Posted By Arne S. to Poëzie - Angelus at 9/19/2006 09:18:00 AM

[Poëzie - Angelus] Deuntje

Hef het gezang aan doe de adem met zwier uitgeleide beroer met je stembanden de aren op het veld nabij Isfahan zodat de korenvlinder opvliegt de jongen aan de rand van het veld in vervoering geraakt 's avonds eindelijk haar hand neemt haar kust achter de vervallen schoolmuur bij het eerste gezang van de krekels. Denk niet aan hoe je stilzwijgen of zelfs een andere toonaard of adempauze het land stoffig had doen lijken de vlinder goed gecamoufleerd aan ieders aandacht was ontsnapt hoe hij tegen zijn zin dag in dag uit de ezels van zijn vader had gehoed van schaamte zijn blik niet vanonder het stof had durven te halen om haar een keer aan te kijken. Het is wat zwaar op de hand om te veronderstellen dat hij haar vermoord zou hebben. We doen het niet. Wat kan het leven toch mooi zijn -- Posted By Arne S. to Poëzie - Angelus at 9/14/2006 01:17:00 PM

[Poëzie - Angelus] Angelus - onafgewerkte kamer

Een stapel sokken onder het bed. Verderop wat schoenen. Een hoofd – dat van opa - netjes ingekaderd te kijk gezet, of beter, gehangen, zuigt alle aandacht naar zich toe. Het naveltje van deze kamer. Op de lakens staat een kamerplant. Plastic. Hier is enkel ingehouden adem van de rest ga je niezen. De deur is dicht, ik zie het niet, sta buiten met mijn ogen dicht. Op de deur hangt een foto, vale kleuren. Momentopname van voor de sleutel in het slot. Hij komt tot leven. Als de wind goed staat. Ik verspreid ben over talloze boeken, veelvuldig geciteerd. Niet nauwkeurig en zonder naam. Gaat de deur open. Valt alles uit elkaar. Het plaatje houdt de naden samen. Voor even. Is het maar. Je gelooft je ogen niet. Je kunt je ogen niet geloven. -- Posted By Arne S. to Poëzie - Angelus at 9/06/2006 12:08:00 AM

[Poëzie - Angelus] Heb jij je predicamenten al genomen?

Donkere wolken, je vermoedt onweer. De buurman in zijn fluogele zwemslip valt met de tuinslang in zijn handen ten prooi aan vertwijfeling. De rozen hebben het al lang opgegeven, maar hij weet van geen ophouden. We kunnen de wagen nemen en rijden, weg van het onweer. Laten we dat doen, rijden tot nooit meer onweer. Of we kunnen ook voor het raam gaan zitten. En kijken. Naar de overkant. Waar de buurman staat. In zijn fluogele zwemslip. Uit de slang in zijn handen spuit nog een miezerig straaltje. Richting rozen. Zijn vrouw heeft de kraan dichtgedraaid. Of hij nu eindelijk naar binnen wil komen. De tuinkabouter grijnst. Hij weet niet beter. Voor het eindigt: dit gedicht gaat over seks. De eerste druppel valt. Het dondert. Zij schrikt, glijdt uit. Hij hoort haar gil grijpt de parasol vast. Strohalm. Wrong move, pal. In het licht van de toekomst is alles anders. Een beetje theatraal. Maar het past wel in het plaatje. -- Posted By Arne S. to Poëzie - Angelus at 9/03/2006 01:31:00 AM

[Poëzie - Angelus] Grondplan voor de terugtrekking

De zoutpot van het aanrecht nemen. Staren naar het korrels, het kleine belachelijke schepje. Voor de gezelligheid. Ik heb geen vingers, fijn genoeg om het te tellen, geen geduld geen ogen scherp genoeg, geen geheugen groot genoeg om alles weer terug op zijn plaats te leggen en bovenal, ik heb geen tijd. Je suggereert wiskunde, en lasers, en toeval wie weet wat een autist je vertelt. Motregen. Ik doe het deksel op de pot. Ga naar de badkamer. Pis. Was mijn handen. Straks loop ik terug naar het aanrecht. Neem een grote kookpot vanonder het vuur. Vul die met water. Breng het aan de kook. Voor de aardappelen. De vingers van mijn rechterhand om het handvat van de pot. Daar gaat het deksel. Ik weet. Dit is. Gedicht. -- Posted By Arne S. to Poëzie - Angelus at 9/01/2006 11:53:00 PM

[Poëzie - Angelus] als je binnenzak

Jij alleen kan zo verdwalen. Je vindt wat zinnen in je rechterzak. Kruimels zijn het, dat gestamel. Met je vingers probeer je de woorden aan te halen. Waarom toch? Wat hoop je te vinden? Wat hoop je nog uit te kunnen spreken? En wat doet het ertoe? Je blijft het proberen. Beweegt je vingers voorzichtig als in vijverwater tussen de algen en dan plotseling toch venijnig graaien. Zonder resultaat. Woedend trek je de voering van je zakken naar buiten. De wereld mag het hebben. Alsof je water in een glas straft door het in zee te gieten. Je wil roepen tegen een voorbijganger dat jij alleen weet wanneer het licht op groen springt, maar je beseft je weet niet wat het betekent. Allemaal excuses, allemaal excuses om niet uitgesproken te zijn. Hoe klinkt dat, uitgesproken zijn? Hetzelfde als verzwegen, maar dan anders. Anders is gemakkelijk. Hetzelfde ook. Enkel de kruimels spreken je tegen. Even voel jij je weer een held nu je denkt dat iemand er wel zijn weg in zal vinden. Noem het kunst dat b...

[Poëzie - Angelus] iminimens

bezwerende formules waar de fouten zich opstapelen tot gevels huizenhoge misrekeningen het vele vormen van beheersing we meten af in rechte hoeken verbannen scheve hoeken sluiten hen op in zwarte kubus met spiegelglas vanbinnen moderniteit tot bewijs van het tegendeel ei zo naam de eerste. (______) waar rood op groen op rood springt o ranje een gefakete aarzeling alles in tegenspraak is diabologisch er is geen speld meer tussen te krijgen deuren slaan dicht televisielicht brengt variatie aan op het behang gedurfde evenwichtsoefening op zoek naar de minste weerstand waar een wil is is een weg - wil - weg - ergens gaat een licht op oranje knipperen een oogje dicht in tegenlicht straatlicht verhindert staar in de huizen screensaver voorbehoedsmiddel tegen inbrandblikken hier en daar licht de hoogmoed op na het appel nu de peertjes geforceerd, bekrachtigd je spaart met het topje van je neus een punt uit op het raam waar 's ochtends de hele zin weer vrolijk - ach wat mag het - tegenaan ...

[Poëzie - Angelus] Angelus - wake

Altijd is er de angst het weten betekent het einde van het geloof. Daar stopt de mens en begint God, of alles wat niet leven is. "Als de Schrift voltooid is" pars pro toto om van te huiveren, en ik lach omdat het geen zin heeft om te huilen, er is geen medelijden meer want geen troost, geen hoop als de schift voltooid is. Iedere uitspraak eindigt in een retorische verwijzing naar de toekomst, het leven als een onontkoombare tautologie. In de lijnen van dit geschrift schets ik een labyrint om mij tot slapens toe te verdwalen. Wat me overdag rest, is waken tot ik vergeet dat ik waak. Het gefluister van de pen, het geruis van de lakens Echo van mijn onrust het wanhopige achterna hollen van mijn gedachten ik wil een schreeuw op papier, later zal ik vlekken schilderen en men zal denken dat ik gek ben. Toch sta ik op en vier de teugels van mijn zelfbeheersing zonder uit het zadel te vallen – hoe kan je vallen in vrije val? – maak jezelf geen illusies. Aan het einde van de kunst lig...

[Poëzie - Angelus] Anten

trommelvlies druist in met stilte tegen een gsm trilt zeven maal zeven berichten het wordt fluisterstil alle oren zijn gericht op haar haar gezicht wordt gemeten met meerdere ogen en niemand die ziet hoe het glas zich kromt in de ramen hoe de verf na jaren en één dag barst breekt geen grond geraakt scherven dwarrelen zacht de tijd heeft de zuchten al uit het schilderwerk gehaald een muis die langs de randen van de kamer loopt van de muur hoef je niets te vrezen houdt even halt verheft zijn kopje verstoort met snorharen wat licht en stofjes net genoeg om eender welke blik op de toekomst te verstoren haar wenkbrauwen strelen nu bijna haar haarlijn haar wangen trekken naar binnen lijken uit alle macht haar strot dicht te willen slaan zij zuigt zich vol zoals het landschap eerst ook even naar binnenplooit voor de kernbom zich splitst, maar dan fijner bij het zevende bericht ruikt de muis onraad recht zich het glas in de ramen springt de verf zichzelf de bilnaad toeknijpend van de kozijnen ...

[Poëzie - Angelus] Angelus - Sure Faces

It is the non-existence of my artwork that makes me. When I break a pencil I have the power to overcome a drawing. Taking a walk along the river. Following endless patterns, not streets, but stones. The whole world is surface. Content precedes nothing more than other surfaces. I am is superfacial, therefore I am the god of surfaces. God is what would exist if there weren't any surfaces at all I am a tautology. I guess god is similarly different. There is nothing I would like to do more than making art. Within that liking and the utter fulfilment of my desire lies my life. I live a life as an intermission. I fall short so others can distinguish themselves as realizers. I have realized something. There are still the unknown of whom I know nothing. We are nothing but surfaces. .We are face-ekaf era eW. -- Posted by Arne S. to Poëzie - Angelus at 8/04/2006 11:02:39 AM

[Poëzie - Angelus] eau revoir

je zet het bord neer aan jouw kant van de tafel, strijkt een haar weg uit je ogen. een vork links – even rechtleggen met je wijsvinger een mes rechts. dat ligt goed zo. het eten pruttelt je blijft heerlijk rustig onder al die ongedurigheid het stof neuriet met je mee in het zonlicht, hoe ik ook luister ik hoor niets. je giet de aardappelen af, vloekt stoom is heet – dat wist je al, en toch. buiten slaat een motor af. geen gepiep van remmen. de barst in het glas zit er al jaren, scheurt nu een beetje verder. millimeterwerk alles op smaak gebracht met zout en peper. je schuift aan schept je bord vol, begint te eten, schenkt jezelf een glas water in, kijkt er even naar: zo in het gebogen glas ziet een mens er toch anders uit niet? er zweven minuscule vleesrestjes en aardappelvlokjes door het water. ik schuif een stoel voor het raam – pas vervangen – en kijk naar buiten. ik zie hetzelfde anders Technorati Tags: Arne Schoenvuur , Engelen , Angelus , poëzie , gedichten , dichter , sterven , ...

[Poëzie - Angelus] tastzin

achterstand in je handen, je mist een dag die nog moet gaan melancholie met een vleugje verlatingsangst voor je het flesje aanraakt – elders (bank - aan de overkant van de straat dagelijks een ommegang van honderden mensen nu zitten daar twee mensen, lezen dezelfde krant maken naar aanleiding van ( ) een praatje spiegelen elkaars houding, gaan weg, huwelijk, kinderen, echtscheiding in hun kielzog. vanavond zouden ze elkaar bellen was het niet voor de regen die het nummer die middag nog uit zijn binnenzak wiste het zal wel toeval heten dat hij die avond het nummer van de verzekeringsagente draaide omdat haar kaartje ook in zijn borstzak stak liefde na de eerste toon – hoe vals, nooit geweten wat verzwijgt een bezettoon? het - is nu anders) open woorden bestaan niet je sluit je oren met haakjes spreekt met vrouwenstem stil tegen niet jou, geen aanwijzing, je eigen – al op een andere plaats, haal door, al op een andere plaats op weg naar je gezicht de vingers krommen je wacht op de dag da...