Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

Er worden posts getoond met het label prozagedichten

klein beginnen

Klein beginnen zei mijn vader. En hij heeft gelijk. Al vergeet ik het voortdurend. In mijn hoofd is het altijd episch. Ruzies worden veldslagen, ideeën zijn wereldschokkend. Dit verhaaltje is al een boek, nee, twee boeken, nog voor het begonnen is. De verleiding om het schrijven te laten voor het verder zetten van de droom is groot. Want indien een boek, wat moet er dan niet allemaal geschreven worden. Een werkplan moet zich bedwingen om zich niet te ontvouwen voor mijn ogen. De zinnen die geschreven staan, bekijk ik al met argusogen. Er is nog zo veel werk in het aanschijn van dat dubbele epos en die wereldroem. Een narcist die het toneelstuk van zijn leven moet schrijven valt voortdurend uit zijn rol. Anders kan haast niet. Of je moet god zijn. Klein beginnen. De wereld willen verbeteren begint niet bij het verbeteren van jezelf. Het begint nabij jezelf. De volgende stap is daar waar je gaan kan. Daar vrede mee nemen lijkt me in dit leven al een epos op zich. De nacht is kort. He...

onderweg - 19 VII 09 - beautiful freak

ze zit tegenover me in de trein. de dame met haar pincet. op haar schoot ligt een boek. ze leest. al kan ik dat moeilijk geloven. want met haar ene hand speurt ze voortdurend haar gezicht af op zoek naar zonevreemde haartjes en samenzweerderige puistjes. haar andere hand blijft standby, pincet in de aanslag. klaar om in te grijpen wanneer het nodig is. volgende pagina. daar gaat het pincet naar haar kin, knijpt ongenadig in onzichtbare boosdoeners terwijl ze met haar andere hand blijft speuren naar lijfeigen ongedierte. ze trekt en knijpt en tast en trekt, knijpt, tast, trekt, knijpt, tast en pulkt diep in haar neus. verwijdert een snotkorrel. met haar andere hand trekt ze schijnbaar lukraak haren uit haar hoofd en strooit ze op de grond, samen met de snotkorrel. hier wordt niet getalmd. ze pulkt en ze strooit. en pulkt en strooit. pulkt en strooit, pulkt en strooit, pulkt, strooit, pulkt ... en knabbelt. en slikt. en trekt weerom haren uit haar hoofd. mijn armen verkrampen. ik wil haa...

Revision: There's something rotten in the state of poetry

There’s something rotten in the state of poetry. Er zijn dichters die de wereld niet eens de kans geven om vragen te stellen. Het zijn dichters die zich bekwaamd hebben in de kunst van het antwoorden nog voor jij of ik zich kunnen afvragen: “Wat bedoel je hier nu mee?” Dan zeggen zij: dit gedicht behoeft geen uitleg, zonder aanhalingstekens, want liefst geen commentaar meer. En dan stopt het gesprek en hoe hard ik ook luister naar hun antwoorden, het zijn enkel vragen die je hoort, vragen die je niet meer stellen mag. Dan kijken zij triomfantelijk in het rond, zij zijn meestal niet zo groot en staan graag op een podium om dan met veel voldoening - zo lijkt het toch - het volkje te overschouwen waarvan zij zich losgerukt hebben. Dan kijken zij dus triomfantelijk in het rond en horen wat lijkt op stilte als bevestiging van hun gelijk. Een lelijke vergissing, zowaar, want als angst een soortelijk gewicht zou hebben en een viscositeit die groter is dan, nou, het getal dat je nodig hebt om ...

There's something rotten in the state of poetry

There’s something rotten in the state of poetry. Er zijn dichters die de wereld niet eens de kans geven om vragen te stellen. Het zijn dichters die zich bekwaamd hebben in de kunst van het antwoorden nog voor jij of ik zich kunnen afvragen: “Wat bedoel je hier nu mee?” Of “Ik ben boos.” Dan zeggen zij: dit gedicht behoeft geen uitleg, zonder aanhalingstekens, want liefst geen commentaar meer. En dan stopt het gesprek en hoe hard ik ook luister naar hun antwoorden, het zijn enkel vragen die ik hoor en die ik hen niet meer mag stellen. Dan kijken zij triomfantelijk in het rond, zij zijn meestal niet zo groot en staan graag op een podium om dan met veel voldoening - zo lijkt het toch - het volkje te overschouwen waar zij zich uit losgerukt hebben. Dan kijken zij dus triomfantelijk in het rond en horen stilte als bevestiging van hun gelijk. Een lelijke vergissing, zowaar, want als angst een soortelijk gewicht zou hebben en een viscositeit die groter is dan, nou, het getal dat je nodig hebt...

Gedichtendag: babelle

Babelle Ik prevel wat woorden voor me uit, bouw op goed geluk een babel met de speelkaarten die ik al jaren op zak heb. Mijn spel is in de loop der jaren beduidend sterker geworden dan de kaarten zelf. Die plooien onder het geringste gewicht. Kom zelden hoger dan een tweede verdiep. Gooi dan maar alle kaarten in één keer op tafel. Chaos troef. Zonder het juiste spel zijn de pionnen waardeloos. Dit moet een spel zijn voor verliezers. Ik geniet van het inzicht, beeld me in dat het strategisch overzicht me een voordeel geeft op de andere spelers. De beste loser dat ben ik. Ingrijpen is overbodig. Ingrijpen is onmacht. Omdat je niet kunt vatten dat begrijpen niet aan de orde is. Je verzint een stuk of wat regels, verdeelt goed geluk over een aantal medepelers en verrijkt je met andermans verlies om na afloop weer als vanouds god weet waar in het leven te staan. Deelnemen is belangrijker dan winnen. Zal wel. Het leven gaat nergens anders over. Net even anders dan het spel, dat nergens over ...

Nieuw werk in De Brakke Hond

De Brakke Hond heeft een nieuw nummer uit over poëzie en internet. Op vraag van Herlinda Vekemans en Alain Delmotte, de samenstellers van het nummer, schreef ik een essay over het onderwerp. In Het onvertelbare leven ga ik op zoek naar de waarde van poëzie in de huidige kenniscultuur. Aanvullend vind je ook nog een prozaïsch gedicht dat eerder al verschenen is op De Brakke Log. Meer nieuws: ik stop bij het Venijnig Gebroed. Dat heeft niets met het Venijnig Gebroed te maken - waar trouwens heel wat fijns te gebeuren staat. Ik ga gewoon andere dingen doen, dingen die ik al veel langer had moeten doen en waar ik tot nu toe geen tijd voor vrij gemaakt heb. Keuzes maken dus, daar draait het om. Of er nog veel poëzie komt, weet ik niet. Voorlopig is de liefde voor het genre wat bekoeld. Maar als ik Rilke mag geloven zal snel blijken of ik eraan kan ontkomen of niet. :-) Tot binnenkort. Arne.

snapshots van het avondland: tegel.

hoe luider je roept, hoe kleiner je wordt. het lijkt een opschriftje, passend als de tien bij tien van een tegeltje met bijbehorend het moedertje-vadertje doen samen dingen in zijaanzicht. diepzinnigheid zonder dieptezicht. de vervlakking van lawaai. het heeft iets van muziek en merelgekwetter, maar dan zonder bijbehorende bedoelingen die de bedoeling zijn. te moeilijk voor een gedicht die toelichting. te simpel voor een dichter. die spreuk welteverstaan. een keuken netjes houden is een opdracht voor het leven. het verliezen van het overzicht, de woekering van vetvlekken en de geur van schimmel in het spagettiteiltje, je zweert bij hoog en laag dat het nooit meer gebeuren zal, tekent aanvalsplannen uit, maar het enige wat je doet is je bekwamen in de aftocht. in andere, veel nettere keukens, de gesprekken kruiden met een pallet aan uitwijkmogelijkheden, regeltjes, gekweekt in de vruchtbare grond van ergernis bemest met gebrek aan zelfkennis. de grootste lul zijn is niet hetzelfde als d...

dier

dier. met je poten in het water, zo rank dat je nauwelijks je spiegelbeeld kunt zien. er ligt een diepte in het watervlak die je met geen meter kunt bevatten. wat verder steekt een man een meetstok in het water. aan wetenschap gaat een wereld stuk. water is twijfel. je weet niet waar je thuis hoort. een waterrijder schaatst voorbij, belandt even later op een lelieblad en wordt opgegeten door een groene kikker. het zal je maar gebeuren. één stap verder en aan de oever geen steun meer. weet je meteen hoe het voelt om weer op je eigen benen te staan, trappelend en proestend, vechtend tegen de wortels en planten die je weer met beide benen op de grond willen zetten. je houdt ternauwernood het hoofd boven water. je vliegt, voorwaar. tevergeefs. traag stort je neer. je zal over enkele seconden een zachte buiklanding maken. uit wat luchtbellen ontsnapt je laatste kreet. geen oor zo verfijnd om het samen te puzzelen. daar lig je dan. foetus. morgen word je geboren. de wereld wacht op jou, flui...

dus je wil weten waar ik was?

dus je wil weten waar ik was? terwijl je het vraagt neem je een kopje bij het oortje en slaat het stuk op het schoteltje. je wijst in mijn richting, het oortje nog rond je vinger. een huwelijk is gauw gesloten. een ongeluk al even snel gebeurd. zwarte tranen verzamelen zich rond de voet van het verminkte aardewerk. andersvalide, kop met beperking. wat zou het? alles heeft betekenis. ik wacht niet op je antwoord om je tegen te spreken, begin de openingsdans alvast op mijn eentje met een mars in vier, struikel pardoes over een wals – in drie, uiteraard – en val trappelend in een duizelingwekkende tweetellen harteklop hals over kop tegen de tafel op. waar was je gisteren tussen vijf voor en twaalf? schrijf je vraag nou even op, raad ik haar aan. toe maar, pen hem neer in een dagboek dat je binnen twintig jaar terugvindt op de zolder waar je de kleren bewaart waarmee je je heldendaden staaft tegenover het zesjarige meisje met haar vlashaarvlechtjes en bloemetjesjurk – alles aan haar is len...

geen bijwoorden vandaag

geen bijwoorden vandaag. geen toegevoegde waarde of koopkrachtverhoging. betogen tegen het recht op zelfbeschikking als een mooie misdaad tegen de menselijkheid. je moet puber worden om het te begrijpen. een australiër fluistert in zijn wc-pot: de wereld staat op zijn kop en ik word er niet beter van. opportunisme is van alle tijden en markten thuis. gekheid aan een stokje, ijslollieleugentjes om bestwil waar je je suf aan likt, roze-geel-en-blauwtong zonder gevaar voor de volksgezondheid. het houtje gaat zonder poeha en pardon de vuilbak in of de straat op. nu niets nog van betekenis is, is alles van belang. als ik kon, ik zou er een grafschrift van maken, maar wat baten woord en spel als je enzovoort weet je weet je wel. geen priester preekt nog zonder woorden die op bijstand rekenen, geen liefde gaat zo hard tekeer zonder aangekoekt gelul. zelfstandige naamwoorden zijn de naam niet eens meer waardig. we zijn zo uitgesproken jij en ik. zo tot op de dag van vandaag nauwkeurig geworden...

voorsmaakje: duras

Het volledige gedicht vind je in het volgende nummer van het literaire tijdschrift Dighter . De tekst is een antwoord op een mini-essay van Herlinda Vekemans over Duras en haar ideeën over het schrijverschap. verbind met ander netwerk ze heeft zonder het te weten een valstrik gelegd. maar wat zou het? vandaag is alles zo www als het maar zijn kan. kan het zijn? kan het maar zijn? vraag je je af, terwijl je god weet welke gedachten even probeert te bannen, je je blik ten slotte toch vol verwachting ten hemel richt, eeuwig blauw scherm, zelfs daar geen foutmelding te bespeuren. een kraai pixelt je gedachten. je knippert met je ogen. als een mens alle milliseconden knippering optelt, hoeveel dagen van zijn leven is hij dan blind? je sluit je ogen, voorgoed, maar dan in 5 minuten, probeert rebels zijn op de tast even uit, zo traag dat de wereld haast vanzelf in beweging komt. (wordt vervolgd in Dighter )

Snapshots van het avondland: strandt.

Schepen tot stilstand. Je staat aan een overkant - ik weet dat bereiken nu geen zin meer heeft. Het water weg. Het stof aan de wereld uitgekeerd. Het gekabbel verstild en verdicht tot roestscheur- en staalgekraag. Rubbersterfte alom. Een inwaarts spreken, meer kan ik niet tot je richten. Je houdt je rechterhand omhoog. Zwaaien. Alsof je me wilt tegenhouden. Aan jouw kant van de dag wordt het eerder donker. Laten we vluchten, laten we het water zoeken. Ik wil je overhalen. Maar al bij de eerste stap snijd ik mijn hiel aan de restanten van een pont. Wie zal mij nu nog tegenhouden? Er is tijd nodig om de wonden te helen. Het zand op de duinen moet nog in glas gevangen, het gedroogde vlas gevlochten tot koorden, de karkassen opgeblonken tot tempelgeraamtes, de scheepsbellen in klokkentorens, de ankers gelicht, alles op wieltjes en dan de aarde weer in beweging zetten. Auto’s heffen aan. Het licht op groen zuigt de schimmen aan, stuurt verkenners uit, straks wordt dit hier avondland. Zal ik...

Buffalo Will

Je ligt - witheet van woede - aan de grond genageld - in één stuk geslagen - om de wonde. Er was geen ontkomen aan. In het donkerste van de storm zou het licht je vinden. Wie gaat er ook tijdens een onweer op een heuvel onder een boom staan? Je bent een rund een verdronken kalf op het droge, geboren met het water al aan je lippen die na het zogen van de tepel nog nauwelijks het gras geproefd nu in een verbaasde grijns gestold je mond een menselijke trek van verstomming geven je vraagt je af, moet je iets zeggen om iets te betekenen? Het weiland ligt er wat onwennig bij. Zelfs de ochtendbries durft het laken nauwelijks op te schudden. Mensen te klein om te beseffen, gooien je achterop een truck. Eén van hen moppert: dat de stroom toeristen snel zal opdrogen, dat we de pers moeten inlichten, dat ze het weten, hij is dood. Er is niets bijzonders meer aan. Ze zullen je opzetten, ergens in de giftshop, naast het vorige exemplaar, met van die glazen ogen. (Geen snapshot zo treffend als dat v...