There’s something rotten in the state of poetry. Er zijn dichters die de wereld niet eens de kans geven om vragen te stellen. Het zijn dichters die zich bekwaamd hebben in de kunst van het antwoorden nog voor jij of ik zich kunnen afvragen: “Wat bedoel je hier nu mee?” Of “Ik ben boos.” Dan zeggen zij: dit gedicht behoeft geen uitleg, zonder aanhalingstekens, want liefst geen commentaar meer. En dan stopt het gesprek en hoe hard ik ook luister naar hun antwoorden, het zijn enkel vragen die ik hoor en die ik hen niet meer mag stellen. Dan kijken zij triomfantelijk in het rond, zij zijn meestal niet zo groot en staan graag op een podium om dan met veel voldoening - zo lijkt het toch - het volkje te overschouwen waar zij zich uit losgerukt hebben. Dan kijken zij dus triomfantelijk in het rond en horen stilte als bevestiging van hun gelijk. Een lelijke vergissing, zowaar, want als angst een soortelijk gewicht zou hebben en een viscositeit die groter is dan, nou, het getal dat je nodig hebt...
Hannes Couvreur