Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

Er worden posts getoond met het label losse gedichten

Affordance

Dat je daar zo, in al je verschillen, nog steeds op mij lijkt Maakt je bij voorbaat al verdacht. "Homo. Pedofiel. Moordenaar. Klootzak. Strever. Snob." Ongeacht de namen die ik je geef Het blijft maar lijken op liefde. Daarom mijn aanklacht: Aan jou is geen ontkomen meer aan. Ik heb alvast een volksjury samengesteld. Want onder gelijkgestemden is het makkelijker Zoeken naar wat ons van jou onderscheidt. Verschillen van elkaar doe je beter niet alleen. Om jou dan voor eens en voor altijd te veroordelen. Hoe ongepast is het niet Dat jij van mij toelaat in deze wereld Wat ik niet gewenst vind? Wat ik Niet wens te vinden en ik zodoende Al jaren vakkundig zoek heb gelegd Tussen de regels. Hoort het wit te zijn. Wij zijn duidelijk Niet aan elkaar besteed En toch, voor wat ons rest van altijd In de echt verbonden Elkaar op afstand houdend. De hel zijn niet de anderen. De hel zijn wij die wat ons tot anderen maakt Niet langer de liefde gunnen Die ons...

Het verzenatelier

Een tafel, die - door wat er op ligt het midden houdt tussen een werkbank en een aanrecht. Iets wat doet denken aan hamers, beitels, zaagsel, potten en pannen en restjes eten En wat daarmee gedaan is En wat je daarmee nog kunt doen. De verzen. Ze zijn niet dood, kunnen bij leven niet verteren. Wat ik niet kan. Hen een leven wekken, De jeugd die onontbeerlijk is voor wie de opgave heeft om eeuwig te zijn. Het heeft iets van een kunstwerk. Het schuiven met stof en licht en inzicht. En alles zo traag waar verandering geen kwestie is van verschil noch van moeten. Zolang ze maar, tijd en zij, aan de slag kunnen blijven. Met elkaar. Of iets met hen beiden. Het groeien van wat tussenin. Niemand tot last. Hoogstens wat rommel, voor de toevallige. Hoe langer ze hier liggen, hoe beter. Ik weet het. Zij zijn mijn verzen. En ik hun dichter. Zo worden wij al jaren Gedicht.

vogel

binnenstebuiten, met niets dan naden om je heen. wat aan je binnenkant is, staat te lezen. het is alvast niet te overzien. niet met de ogen die elk een helft van de wereld voor hun rekening nemen. niet met de vleugels die je hoog in de lucht. niet met je stem om te bezingen nu je buiten bent hier vanbinnen begint de liefde, begint je vlucht het nemen van de volle teugen het verdrinken het zat zijn en nooit dronken tot daar aan toe jij het wel en het jou nooit maar dan ook nooit volledig moe aan jou is een vogel, gelukkig maar aan ons is wat men heet een mens besteed we doen het dan maar met elkaar voor het leven tot een van ons beter weet en wat dan nog als alles weer in haar plooien valt en we weer één zijn als weleer dan baat geen woord en ook geen weten dan is alles aan het tegenovergestelde omgekeerd. wat moeten we dan, hier, in dat intussen wat strelen aan de lucht wat zacht de aarde voelen en ons laven aan een zucht we zijn te licht om te beseffen ...

J&H: it runs in the family

Hoe moet dat nu met al die mensen die aan mij vooraf gegaan zijn, de moordenaars, de bedriegers, de jaloersen, de kinderverkrachters, de incestueuzen, de leugenaars, de psychopaten, de kwaadwilligen, de sadisten, de masochisten, de ambetanteriken, de dikke nekken, de machtswellustelingen, het uitschot, het vuilgebekte volk met schoon manieren, de beesten, de zwijnen, de drugsverslaafden, de drankverslaafden, de seksverslaafden, de medicijnverslaafden, de moederskindjes, de agressievelingen, de dieven, de fantasten, de paranoïden, de luiaards, de vraatzuchtigen, de roddelaars en kwaadsprekers, het krapuul, het arbeidersvolk dat zijn wortels verloochent, de mislukkelingen, de luchtverkopers, de prietpraters, de sjoemelaars, de eenzamen, de onvolwassenen, de haatdragenden, de bleiters, de foefelaars, de fundamentalisten, de racisten, de fascisten, de angsthazen, de broekschijters, de roekelozen en nihilisten, de leeglopers, de zelfverloochenaars, de harde werkers, de zorgzamen, de ...

eiland

voor bart zou een eiland om je heen kunnen, als een werkwoord om een onderwerp en lijdend voorwerp die volstrekt inwisselbaar en toch genaakbaar zijn? is het een moment van tederheid dat stille zwijgen van de oceaan die met ingehouden adem aan je grenzen krauwt, een streling voor het oog een langzame vorm van minzaam en onderhuids verdwijnen? of hoe jij dan de verbeelding tart het blauw het nakijken geeft wanneer je hier verdwijnt om daar weer op te duiken het is als grijpen naar zand met handen van water een dansen van veertjes in volle lucht een vlucht van duizend kleine sterren waaraan de hemel zich te vergeefs probeert te laven is dat zo’n beetje wat het is, jij orpheus en jij eurydike maar dan met open einde en een happy wending nu en dan te groot om te bevatten te klein om waarachtig te zijn en te ongrijpbaar en onbereikbaar om ooit van hem of haar aan deze of gene zijde te zijn? "Beminde eilanden van Bart Stouten" is te koop via Av...

En wat als ik nu

En wat als ik het nu eens aan jou vroeg, hoe het verder moest, jou de touwtjes in handen gaf waar ik me geen blijf mee wist? Zou het dan ophouden met stoppen waar het door moet gaan en doorgaan met stoppen waar het moet? Of zouden we geen van beiden en dan meer van dat? Of is verwarring gewoon meer van het zelfde dat ik al had?

adem

er staat een naam op het raam. met daaronder een gezichtje. ik weet niet of je nu naar binnen of naar buiten kijkt en wat je daar dan ziet. je hebt het stiekem gedaan, zoals het hoort met kattenkwaad. want het hoorde niet zo hadden we de kinderen verteld ademen en dan gezichtjes op het raam dat maakt plekken en dan moet mama weer aan het poetsen gaan. nu je er niet meer bent weet ik niet of ik ooit nog met zeemvel en sop aan dit raam zal staan. ik laat mijn vinger langs je naam gaan en kijk je nog een keer aan. mijn besluit staat vast: ik laat je nooit meer gaan.

weerstand

Het zou wel eens de mooste daad van weerstand kunnen zijn: loslaten. Het uit je handen laten glippen, terwijl. En er op staan kijken, uiteraard zonder ook maar iets te willen. Je biedt niet aan, je houdt niet tegen. Je bent hoogstens een bijverschijnsel. Toevallig daar, nauwelijks van betekenis, hoe men ook redeneert of zoekt niet te ontkennen, in the picture. Alsof je deel uitmaakt van een groter plan. Je weet wel beter. Kriebels op papier en dan een legende, een schaal, de drang naar overzicht, ze kunnen je wat. Hoe je met hun voeten speelt schept bewondering

clown

Soms wil ik mijn thee uitdrinken en zeggen: "Ik stop ermee. Ik word clown." Maar het moeilijkste aan clown worden, zo heb ik na al die jaren theedrinken geleerd, is beginnen. Het circus, het publiek, de schmink, het licht, de truukjes, neus en schoenen, daar ligt het niet aan, dat groeit er wel aan met de jaren. Maar je moment kiezen, of beter, het moment dat jou kiest en dan weten dat het zover is het herkennen als je in de spiegel kijkt of beter, als je een spiegel voorgehouden wordt net op het moment dat je woedend je kop door de kamer hebt gekeild nadat je wat thee gemorst had op je kraaknette pak en je vrouw je aankijkt met een blik van "Ben je nu helemaal gek geworden?" je het niet zeker weet of je nu moet huilen of lachen. Dan. Dat is het moeilijkste. Voor Danny Ronaldo

circus. zomaar

Poëzie is het doen omdat je weet dat het straks misschien niet meer kan. Gewoon, zomaar. Zoals de acrobaat nog iedere avond zijn vrouw boven zijn hoofd tilt, na meer dan vijftig jaar en één dag. En morgen misschien twee. Of zoals de clown die met grootse schoenen de kleinste kruimel uitdaagt om hem te doen struikelen om dan in stijl te vallen en hoogmoed en noodlot vakkundig te herleiden tot een detail waar je met de glimlach aan voorbij gaat. Misschien is dat ook het mooie aan mislukken, dat het zo ook kan. En wanneer het dan gebeurt, dan is het maar dat. Gewoon gedaan, zomaar. Leven is het doen in stijl omdat je weet dat het straks misschien niet meer kan. Gewoon. Zomaar. Voor Danny Ronaldo

petit histoire

je zou kunnen denken ze dronk een glas rode wijn van die hele diepe waarin zelfs een woord als aarzelen ternauwernood kan opborrelen en ze proestte omdat ze een kreet wilde slaken van 'het zal toch niet waar zijn zeker?' van vreugde om de vrijheid om daarna met haar ranke vingers de achtergebleven druppels van haar onderlip te vegen haar ogen onbeweeglijk op het schouwspel gericht ze schieten langzaam vol links biggelt een eerste traan over haar met blos begeesterde wang verzoent zich met een druppel wijn en valt, na even aan haar kin gebalanceerd te hebben n a a r b e n e d e n . je zou kunnen denken ze dronk een glas rode wijn als je niet wist er is zopas een kogel door haar hart gegaan.

splinterpunt

Aan antwoorden ben ik niet besteed. Ik heb er de vragen niet voor. Sta me toe om geen excuses te zoeken. “And it makes me float free, to feel how small my life must be” zingt mijn vrouw terwijl ze zich afvraagt: hoe gek is het leven eigenlijk? wij zijn aan elkaar gewaagd, als veranderling zullen wij nooit meer dezelfde zijn dan blindgangers afgevuurd in spiegels met spiegelneuronen als onvermijdelijk uitwijkmanoeuvre altijd en overal gelukkig maar

koninginnedag.

"Wat doet een Nederlandse autobestuurder als hij oranje ziet? Doorrijden." (*) Kan iets zo pijnlijk zijn dat het grappig wordt? Vraag ik me af terwijl de beelden voor de zoveelste keer door mijn hoofd gaan: Man in zwarte auto rijdt dwars door toeschouwers tijdens stoet op Koninginnedag. Van alle wegen die de wereld je biedt toch de verkeerde nemen en daar aankomen waar niemand thuis hoort. Mocht je niet beter mogen weten, je zou zweren dat het kunst was, een onbekend deeltje per ongeluk ontdekt de missing link tussen wat vreugde en verdriet menselijk maakt. Blijkt een volksfeest plots een begrafenisstoet en omgekeerd. Wat moet je in zo'n geval nog met woorden als mens en monster als alles zo dicht bij elkaar ligt dat je zou denken het leven kan niet anders dan per vergissing en omgekeerd? Koninginnedag 2009.

inboorling.

er leeft een tijd tussen de dagen waar wijzers uurwerk echt geen zin vergeten een vorm van vragen spreken enkel nog in tegenzin alchemie een wetenschap, basiskennis zonder oefening filosofie een vorm van zelf gekozen begoocheling en twijfel is de adem van een dichter ondanks alles nog altijd je oudste inboorling

stickerboek.

plaatjes, als ik ze allemaal verzamel, moet het kloppen, je verhaal. maar niet vanavond. vanavond zwijg je weer kijk ik naar de nummertjes ken ze ondertussen uit mijn hoofd draai dan maar alle dubbels nog eens om in mijn hoofd. mijn besluit staat vast. morgen ga ik bij de buren horen. veel valt er waarschijnlijk niet te ruilen. wat ik te bieden heb is er te over. wat ik zoek is schaars. naar men zegt is er maar één exemplaar van in de hele wereld. naar men fluistert, heb ik het al in huis hoe meer ik zoek hoe minder ik weet waar ik heb een boek met plaatjes. als ik ze allemaal verzamel, moet het kloppen. mijn verhaal.

krant.

"amerikaanse kranten in coma". hetzelfde nieuws iedere dag opnieuw: neen, mevrouw, de toestand is nog niet verbeterd. ik zal eerlijk zijn, de kans is klein dat hij ooit nog wakker wordt. persoonlijk geloof ik niet dat zijn hand vasthouden, liedjes zingen, hem door elkaar schudden, verhalen voorlezen of geurkaarsen branden naast zijn bed daar iets aan zal veranderen. ik raad u aan om niet te veel te hopen. u moet verder, of u dat nu wil of niet. de toestand zal alleen maar verslechteren. bidden tot god? toch beter niet. dit is geen kwestie van geloven, dit is wetenschap. feitelijk is hij al dood overleden voor hij gestorven is, hij was ons - om het zo te zeggen - te snel af. ik begrijp uw verdriet de wereld draait door maar dit nieuws verandert niet.