“Ik durf je amper te vertellen, kameraad hoezeer en tijdens hoeveel van mijn dagen ik haar haat, de poëzie, dat ik haar haat met hart en ziel. En dat, als ik haar liefheb: hoogstens per vergissing.” Luuk Gruwez, Aan een collega I Hoe kun je iemand per vergissing liefhebben? Ik kan me hoegenaamd niet inbeelden dat ik of iemand anders over mijn liefde voor het dichten zegt: “Arne, dat had je nu eens niet moeten doen.” Hoewel, nu ik het zo zie staan moet ik toegeven dat het niet helemaal waar is. Poëzie schrijven doe je altijd tegen beter weten in. Gewoon, omdat je geen genoegen neemt met wat er is. Nou ja, gewoon. Omdat je je niet kunt neerleggen bij dat beter in beter weten. Zijn dichters dan goedgelovige dwazen die geloven dat alles wat je niet weet beter is? Of is het dat we geloven dat er iets is dat beter is, maar dat we het nog niet weten? Beeld je eens in dat je dat als dichter vindt. Op een dag in een vers. Daar staat het dan. Opgeschreven. Netjes verwoord. Punt erachter (uiteraa...