Anonymous said... Goed dan. (Instabiel op 4 poten staan is trouwens best moeilijk hoor.) “Je kunt zeggen: met het benoemen van een ding is er nog niets gedaan. Het heeft ook geen naam, behalve in het [taal]spel.” (§ 49 van Wittgensteins filosofische onderzoekingen.) Dus als je vraagt naar mijn naam vraag je naar een voorwerp. (Denk ik, ben er nog maar pas in beginnen lezen in dat onding van een boek. Is dus ook niet met voorbedachten rade gedaan, voor je dat denkt, ‘k vind het opeens toepasselijk, dat is alles). “Dat was ook wat Frege bedoelde toen hij zei dat een woord slechts betekenis heeft binnen het zinsverband.” (vervolg van dezelfde §) En zie ook nog § 50 en 51 maar die typ ik niet over. Concreet: het is je niet om een naam te doen, daarmee weet je niets. Tenzij: § 31: “We kunnen ons toch ook indenken dat de gevraagde antwoordt: ‘Bepaal de benaming zelf maar’ – en nu moet degene die de vraag gesteld heeft, alles zelf bedenken.” Dus terug: wat wil je dat ik ben? Waarom hecht je ...
Hannes Couvreur