Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

Posts uit april, 2021 tonen

Infinitesimaal

Zoals die ene kleine eikel Hier in jouw hand Wel duizend bossen In zich draagt Zo wonen in het landschap Van ons lichaam Al meer dan duizend Dochters en zonen Met een veelvoud Aan ongemaakte plannen En onontwaakte dromen En minstens even veel Onvoltooid verleden Als heden Dat nog lang niet Aan voorbij gaan Is toegekomen Zo is alles Zoals die kleine eikel In jouw hand Voortdurend Onvolkomen Gaat met elk leven Dat begint Een hele wereld open.

De oude zanger

Hij is een oude zanger Zijn lot is bezegeld Zijn stem nadert de laatste noot Na iedere ademteug Is het bang afwachten Of er nog iets moois komen gaat. Men viert alvast zijn leven Maakt nog een laatste plaat Je weet hoe dat gaat In het gouden uur Voor de nacht haar intrede doet Klinkt alles anders Krijgt alles een ander gezicht Zo sprak hij laatst In een interview over zijn rijk Gevulde leven, zelfs de stilte Hing aan zijn lippen Het was ontroerend mooi Het leek wel alsof hiermee Zijn leven was voltooid Zoals met bloemen, slipjes Knuffels, complimenten en ander moois Dat men na een optreden Naar de zanger gooit Strooit men nu overal Te lande met herinneringen Aan wat hij wist te bekoren In het leven van gewone stervelingen Daags na het optreden in de televisiestudio Gaat de dag weer aan Gaan de gordijnen open Het zonlicht aan Een sjofele oude man Komt zuchtend, steunend en hoestend Uit zijn bed gekropen Scheldt zijn vriendin de huid vol Met woorden die voor zijn moeder Zijn bedoeld, die...

Paradijs

In deze bibliotheek Heerst orde En rust Is het overzicht finaal Compleet Dat was ooit wel eens anders Met planten, dieren, schimmels Zeeën en rivieren, bergen Woestijnen, goden, een heelal,  Een knal, quarks bij de vleet Alles Door elkaar En met elkaar En in elkaar verweven Zo onbeheersbaar  Zo ongrijpbaar Zo onleesbaar was het leven Zo onvindbaar einde en begin En dus schiep De mens orde in het leven Scheidde hij vakkundig Waan- en on- en zin Ontdeed wat werkelijk was Van verbeelding Kennis van dromen Toekomst van heden En herinnering En zie Wat ooit onbegonnen was Is nu alsnog voltooid In deze bibliotheek Heerst eindelijk rust En is het overzicht finaal Compleet Er staat nog één enkel boek Dat Des mensen is het mensdom heet.

Fenix

Het is niet om dat je mij de mond snoert Dat wat in mij spreekt, zal zwijgen Het is niet omdat je mij het zicht ontneemt Dat ik blind zal zijn voor wat ik zie Het is niet omdat je mij het luisteren belet Dat ik doof zal zijn voor wat gehoord wil worden Het is niet omdat je mij de voeten ketent Dat ik niet langer vrij zal zijn te bewegen Het is niet omdat je mij de handen bindt Dat ik niet langer kan omarmen Het is niet omdat je mij het leven beneemt Dat wat leeft met mij zal sterven.

Je vroeg

Je vroeg niets En ik dacht Help me Je zei niets En ik dacht Help me Je deed niets En ik dacht Help me Je at met me En ik dacht Help me Je nam me in je armen En ik dacht Help me Je kuste me En ik dacht Help me Je sliep met me En ik dacht Help me Je huilde En ik dacht Help me Je bleef En ik dacht Help me Maar ik hielp je niet Wat ik ook dacht Te doen Ik hielp je niet Ik ging weg En ik dacht Help me.

Straniero universale

Dit is een wereld Met alleen maar vreemdelingen Geen mens Weet hier waarheen Ook daar vandaan Blijft onbestemd Voor iedereen In niemands land Is terecht zijn altijd echt En echt terecht Voor iedereen Hier huist men Louter in herinnering En die vervaagt meteen Zo blijft hier niemand lang  In het verleden hangen En is hier niemand lang Iemand alleen.

Time will tell

Zoals een boom In de winter Een blad Of een meer Windstil De golfslag Een kip Het kuiken ei Zo na de leg Of een huis In aanbouw Het afscheid Het witte doek Onaangeroerd Het meesterwerk De rups Voor de pop De vlinder Zo kan ik Wat jij mij vraagt Nog steeds niet Onder woorden brengen.

Bericht aan de bevolking

Ze worden steeds minder zeldzaam De ons ontvallen ouders Heel af en toe Was er iemand Wiens vader of moeder al ging Nog voor zoon of dochter Hen had afgelost in 't ouderschap Wees worden in je kindertijd Was een uitzondering Maar nu de veertig nadert En wij zelf ten volle in 't ouderschap staan Daagt het besef Hoe weinigen het is gegeven Dat stukje leven te beleven Tussen ouder en ouderling En hoeveel verweesde kinderen Van dertig of veertig  Er vandaag bestaan.

In meridiem

Tussen dag en dauw De hemel twijfelend Tussen twee tinten Blauw ontwaken wij Halfwaak halfslaap In het grensgebied Tussen droom En werkelijk wakker Tussen verbeelding En daad Onmogelijk Om van hier Uit te maken Welke kant de tijd op gaat Vroeger ontstak men een kaars Men at wat Las wat Vree wat Met zichzelf Of met elkaar Men sliep met twee (Of zelfs drie of vier) Slaapjes wat was en wat kwam Aan elkaar En wat daar middenin Was noch einde Noch begin was Onbestemde tijd Die ons vandaag tot wanhoop drijft Wij weten met haar geen blijf Achten haar verloren Ons ontstolen slaap Putten ons lijf Uit met woelen en voorvoelen Van de vermoeidheid Die ons tijdens de dag Zo verzekeren wij ons Overvallen gaat Maar wie van ons Kent nog de maat Van waken en slapen Wie van ons Kent nog de maat Waarmee het leven gepaard gaat Wie van ons Kent nog het verhaal Van de god die de titanische tijd Tot slaaf heeft gemaakt Is het ijdelheid Die ons verleid heeft Tot een blind geloof In een volmaakt meesterschap V...

Eeuwwisseling

Vroeg de leraar Aan het kind Beschrijf mij eens Een eik Van honderd jaar. Dat, zei het kind, Lukt me nooit Want ik ben negen En hoe oud u bent Daar heb ik het raden naar Maar over honderd jaar Zit hier Een ander kind Tegenover een andere leraar Met precies hetzelfde antwoord Op precies dezelfde vraag Ik denk dat enkel Eiken kunnen Wat u vraagt En dan nog enkel die Van honderd jaar.

Met de beste bedoelingen

Ze waren wanhopig Op zoek Naar houvast Om hun onbehagen Aan op te hangen Zo vonden ze elkaar En bleven ze elkaar houden In evenwicht Wankel, maar in evenwicht Voorwaar. Toch werd het hem Op een dag Alsnog te zwaar En toen hij brak Schold ze hem uit Voor lafaard Voor zwakkeling En leugenaar Met een gebrek Aan ruggengraat En zelfkennis. Waarom kon hij Er niet gewoon altijd zijn Voor haar? En dus vertrok hij maar Nam zijn onbehagen Met zich mee Het duurde nog een paar jaar Voor hij besefte Dat hij nog steeds Onbehagen torste Voor twee. Dat was het hem niet waard En terstond liet het hare achter Klaar. En het zijne? Dat was hij ondertussen Wel ontgroeid Hij maakte er wat lappen van Om mee te poetsen En verder Zat hij er niet mee.

Arboretum

Ze zijn geworteld Vanuit hun tenen Verankerd in volle grond Van verdwalen moe Boom geworden En hebben een verbond Gesloten Met de vogels De wind en de regen Nu hun stem is verstomd Dat zij voor hen zullen spreken Weldra Zijn zij het woud  Waar wij in wonen Wij tussen hen Zij rondom ons Ons onderkomen Hun tijd zo traag Dat het ons de adem zou benemen Hun niets doen zo indrukwekkend Dat we er een leven lang Van moeten bekomen.

Lentementissimo

Vandaag vermommen we ons Druk doende Bezeten van bezigheid Wie de tijd neemt Om te wachten Op wat gaat komen Wordt angstvallig bekeken Dat dralen Daar komen ongelukken van Daar is iets mis mee  Dat kan niet anders Naar het tehuis ermee Naar het huis ermee Waar ze thuis horen De levende doden Onder de rustelozen Die stiekem Achter de gesloten gevels Van hun duurbetaalde privéparadijsjes Snel snel snel Op adem trachten te komen Uit alle onmacht Trachten te ontkomen Aan de vrees voor wat  Onvermijdelijk nog gaat komen En ondertussen dwalen De tragelingen schoorvoetend En schuifelend Door de geijkte gangen Van de dwaalhoven Waar zij geacht worden Tot genezing, tot inzicht En alsnog bij zinnen te komen Wordt hen uit alle macht De mogelijkheid tot in- En uitleven ontnomen Want van al dat dralen En verdwalen kan en mag Onmogelijk iets goeds komen En zo razen de rustelozen voort Zoals het hoort Hoor je het ZOALS HET HOORT Snakkend happend bijtend Naar een adem Die hen steeds maar lijk...

Boomwijsje

Hij popelt, Hij pietert, peutert Hij wil zo graag, Zo hard, Zo hoog, Zo lang, Zo breed, Zo soepel, En zo sterk, Zo taai, Zo trots, Zo meesterwerk, Zo onverschrokken Zo diepgeworteld Zo breedgeschouderd Zo jong van geest Zo mooi verouderd Zo hier En nu Zo van toen En voor altijd Zo honderd jaar Zo onmenselijk Traag Zo bast Zo vol Rimpelringen Tijd Gestameld Gestold Gestild De eeuwigheid Hij popelt Hij pietert Hij peutert Hij wil zo graag De eik.

Tederling

Het blad dat na een klein jaar Hard werken Zich te rusten mag leggen Op het mos De dauwdruppel Die zelfs het scherpste gras streelt Zonder zich te verwonden De hommel die Met zacht gebrom Dommelt in de ochtendzon Een knuistje om de duim Van een moederhand En een hoofdje dat meedeint Op haar borst Avondlicht op het dressoir Dat teder speelt met haar Haren in haar parelmoeren borstel Die ze als het ware speciaal Voor hem daar heeft achter gelaten Wanneer ben jij voor het laatst Met liefde aangeraakt?

Vertraging II

Vanavond ga ik om je huilen Als niemand het ziet Zal ik om je huilen Ogenschijnlijk wars Van verdriet Want huilen gebeurt hier niet Buiten- maar binnenhuids Vanavond ga ik om je huilen. Vanavond ga ik om je huilen Als niemand kijkt, kom ik Nog een laatste keer Naast je staan, met jou De maan gade slaan En verbergen we open en bloot Ons gezicht in haar Geleende licht Tot we onze blik Jij rechts ik links Afwenden En onze eigen schaduw Achterna te gaan, vanavond Ga ik om je huilen. Vanavond ga ik om je huilen.

Vertraging

Vandaag ga ik om je huilen. De film is al lang afgelopen Het geluid van de laatste dialogen Al lang weggestorven Het zaallicht niet langer gedoofd  Dompelt alles onder in warme schemer Het publiek is weldra weer thuis De zitting van de zetels Heeft zich weer helemaal in z'n vertrouwde plooi gehesen Van wat zich hier afspeelde Is geen spoor meer te bekennen Het lijkt wel alsof Hier nooit iets heeft plaatsgevonden Dat het bekijken waard is geweest. Vandaag ga ik om je huilen.

Versa vice

Als je je kunt uiten Kun je je dan ook innen? Kun je Wat je naar buiten brengt Ook tonen Maar dan langs binnen? Zijn expressie en impressie Uitdrukken en indrukken Niet gewoon andere namen Voor één en dezelfde bewegingen? Is binnenhuids voelen Dan niet gewoon Vertellen en ademen Niet een heel intieme vorm Van beminnen? Als je je kunt uiten Kun je je dan ook innen?

Autimuniteit

Als het lichaam zich geen weg met je weet Je je met jezelf geen lijf noch blijf weet Inkeer geen uitweg biedt Inzicht geen uitzicht Op een ommekeer Dan mag je nog zo tekeer gaan Je hebt geen enkel verweer Tegen je eigen afweer. Als het lichaam zich geen weg met je weet Je geheugen je vergeet Te vertellen wat je weet Je gevoel je blind maakt Voor wat deert En niet deert Dan sta je daar Alleen Met niemand  Behalve je lichaam Als een vreemde om je heen Die elke toenadering Van jouw kant Afweert. Als het lichaam zich geen weg met je weet En elke intentie verdwaalt En nooit in lichaamstaal verbeeldt Wat er scheelt Dan kan je enkel toekijken Hoe de ander verveeld Reageert, je een gebrek Aan inlevingsvermogen toebedeelt Niet wetend dat je niet kunnen uitleven Net is wat er speelt.

Wat je natrappen noemt

Het lange gras is murw Geslagen geen beweging Te bespeuren Van de wind Die hier zopas nog furieus Tekeer ging. Blauwe lucht Een heerlijk zonnetje Stilte Wat vogels die aarzelend Een deuntje uitsturen Met iets meer tremelo Dan gewoonlijk Behoedzaam Alsof de bries Ineens op haar stappen Terug zou kunnen keren Om hen de snavel Te snoeren. Wie hier pas komt kijken Zou het pathetisch vinden Hoe het veld erbij ligt. Wellicht Zal het nog een dag of twee duren Voor het gras Weer aan wuiven toe is Als het al weer tot wuiven komt Voor een nieuwe storm De kop op steekt.

Agnose

Als we zo veel delen Vroeg ik aan de hond Hoe weet ik dan Wat nu van jou Of van mij is? Als we zo veel delen Vroeg ik aan het varken Hoe weet ik dan Wat nu van jou Of van mij is? Als we zo veel delen Vroeg ik aan de bonobo Hoe weet ik dan Wat nu van jou Of van mij is? Als we zo veel delen Vroeg ik aan de kraai Hoe weet ik dan Wat nu van jou Of van mij is? Als we zo veel delen Vroeg ik aan de eik Hoe weet ik dan Wat nu van jou Of van mij is? Als we zo veel delen Vroeg ik aan het kelkmos Hoe weet ik dan Wat nu van jou Of van mij is? Als we zo veel delen Vroeg ik aan het water Hoe weet ik dan Wat nu van jou Of van mij is? Als we zo veel delen? Vroeg ik aan de psychiater. 

Tussentijd

Weet je wat het is Zei de beroemde cellist Het is de stilte Die het hem doet De stilte Tussen twee sonates Die me vertelt Hoe het verder moet. Weet je wat het is Zei de jongen Tegen het meisje Het is de stilte Die het hem doet De stilte Tussen twee ontmoetingen Die ons vertelt Hoe het verder moet.

Voer voor psychologen en andere geestigaards

Het zit tussen je oren. Zei hij Alsof hij er iets van wist. En als je mij Maar genoeg laat horen Dan vertel ik je wel Hoe het komt Dat je je vergist. Van wat er gebeurt Tussen jouw en mijn oren Heb ik helaas geen verstand. Antwoordde ik Wetende Dat ik dat echt niet wist. Maar over wat ik zie Dat er tussen onze neuzen gebeurt Heb ik me maar zelden Of nooit vergist.

Kom je volgend jaar terug?

Kom je volgend jaar terug? Vroeg het varken aan de zwaluw. En het antwoord Liet een jaar op zich wachten. Kom je volgend jaar terug? Vroeg het varken aan de korenbloem. En het antwoord Liet een jaar op zich wachten. Kom je volgend jaar terug? Vroeg het varken aan de vlinder. En het antwoord Liet een jaar op zich wachten. Kom je volgend jaar terug? Vroeg het varken aan de besjes. En het antwoord Liet een jaar op zich wachten. Kom je volgend jaar terug? Vroeg het meisje aan de jongen.

Amfora pandora

Ik heb een kruik Van zwarte klei Waarvan de binnenkant Bekleed met spiegelwand Tot aan de rand Gevuld is met eigenwaan En valse tranen Van wie dacht Zich te moeten wanen De hoeders van mijn zelfbeeld Wiens zacht gezalfde handen Enkel bekwaam bleken Om mij slaandeweg Tot zelfzorg aan te manen Bezorgd als ze waren Om vooral hun eigen gemoed Niet te bezwaren Met verdriet, gemis en pijn Van voorbije jaren.

Bekentenissen van een flaneur

Zo snel als ik denk Zo traag wandel ik Soms ben ik nog nauwelijks merkbaar In beweging Dan lijkt het alsof Alles aan mij voorbij gaat Maar zo snel als ik denk Zo traag wandel ik. Zo snel als ik praat Zo traag wandel ik Dan zijn er dagen Dat er van vooruitgang Geen sprake lijkt Maar zo snel als ik praat Zo traag wandel ik. Zo snel als ik voel Zo traag wandel ik Het gebeurt Dat men mij vergeet En men mij alsnog wil meenemen Terwijl men vergeet Dat ik daar al lang ben geweest Want zo snel als ik voel Zo traag wandel ik. Zo snel als ik leef Zo traag wandel ik Het overkomt me Dan ook wel vaker Dat men bij vergissing denkt Dat ik opgehouden ben Te bestaan Maar zo snel als ik leef Zo traag wandel ik. Zo traag als ik adem Zo traag wandel ik Soms. Dan. Het gebeurt. Het overkomt me. Want zo traag als ik adem Zo traag wandel ik.

Megalaya

Wijsheid is uiterst traag Doorleefde tijd. Wijsheid is een brug zien In een zaadje Dat pas ontkiemt Wiens wortels vervlochten zullen worden Door vingers Die nooit de jouwe zullen voelen Tot een bouwwerk Waar niemand in hetzelfde leven Ooit het begin En het einde van zal zien Bewandeld door mensen Op weg Naar een plek waar jij nooit zal aankomen Vertrekkende uit een wereld Waar zij nooit zijn geweest. https://youtu.be/HWHSrE5bq1U

Augiastaal

Het lijkt wel een Augiasstal Zo onophoudelijk en massaal Komen de woorden Uit je mond gestroomd Tot je proestend ten onder gaat In je Ik -ben-in-de-war-taal. Hoe meer je spreekt Hoe meer je moed Je in de schoenen zinkt En hoe minder je gezegd krijgt En verdrinkt Wat gehoor moet krijgen In een kletterend totaal Nietszeggend kakafonisch kabaal. De oplossing is nochtans fenomenaal Eenvoudig. Houd je lippen op elkaar.  En maak met veelmeerzeggende stilte Plaats voor die andere taal Die luister-naar-mij -je-lichaam-taal Kom daarmee eerst op verhaal Tot je voelt Dat wat nu in je woelt Bedaart Alles langzaam Heeft kunnen bezinken En je je opgeruimd genoeg voelt Om opnieuw te spreken Zonder te verdrinken.

Galium Aparine

Je handen zijn als kleefkruid Met zijn in zacht strelen en geven Verhulde nemen Dat speels aanraakt  En weerhaakt Ik ben bij je Tot laat me niet los Maakt, met haartjes zacht enerzijds En anderzijds messcherp Elke tederheid tot dreigende kwelling maakt. Je handen zijn als kleefkruid Wat van mij Louter lichaam maakt Dat ervoor moet zorgen Dat je daar raakt Waar je ontkiemen kan Wanneer je mij voorgoed achter laat.

De draaglijke lichtheid van het bestaan

 Het is niet aan mij Om je onrust te dragen Zoals het ook niet stormt En regent in mij Als buiten de wind Als een bezetene tekeer gaat En de regen driest teneer slaat Alles en iedereen Die zich verweert. Want ik ben het tere herfstblad Dat op het kolkende water drijft En daar blijft Tot lang nadat de rust is weer gekeerd. Het zachtjes wiegende wier Op de immer rustige bodem Van het meer Diep onder de schuimende, fluimende golven Op het dreigende water Zwart als teer. Geen meeuw die eraan denkt Om bij harde wind Het onweer Met nog meer vleugelslagen Te verjagen Wie meeuwen kent Die weet Dat zij zo wijs zijn Om zich te laten dragen Tot waar de wind Vanzelf gaat liggen. Omdat zij weten: Het is niet aan mij Om je onrust te dragen.

Ik ga mijn hart

Ik ga mijn hart Ik ga mijn hart Ik ga mijn voeten Mijn handen Mijn armen, benen Vingers, tenen Hoofd, hals, nek, rug, keel Ogen, oren, neus Tong, lippen, mond Ik ga mijn hart Ik ga mijn hart Mijn adem Mijn bloed Mijn gal Mijn lymfe Mijn maagsap Mijn hersenvocht Mijn tranen Mijn zaad Mijn zweet Ik ga mijn hart Ik ga mijn hart Mijn longen, mijn darmen Mijn maag, mijn lever en nieren Mijn alvlees- en andere klieren Mijn binnenoor Ik ga mijn hart Ik ga mijn hart Mijn spieren, pezen, Zenuwcellen Bind- en ander weefsel Ik ga mijn hart Ik ga mijn hart Elk bot elk beetje Kraakbeen Haartjes kop tot teen Ik ga mijn hart Ik ga mijn hart Ik ga mijn geslacht Mijn penis, mijn eikel, Zaadleiders, teel- en bijballen, Prostaat, blaas, aars Ik ga mijn hart Ik ga mijn hart Ik ga mijn hart.

Album

Het album Ze was zich van geen kwaad bewust En ontvouwde zich gewillig In de vertrouwd voelende handen Berustte in de blik Die haar bladzijde Na bladzijde streelde Als was die van hem Met wie ze al die jaren deelde Het in licht gestold verbeelde Verleden dat zij zorgvuldig bewaarde En dat, zo beeldde zij zich in, Zij van vergelen en vergeten heelde  Zoals zoveel van wat in het gekrakeel Van ons levenslang herinneren Verloren ging. Maar dan ineens hielden de vingers op met strelen Werd het aaien graaien en sleuren en scheuren Rukten ze het zorgvuldig in herinnering gevatte licht uiteen In een biljoen voorgoed onleesbare kleuren Voor altijd anoniem en ontbonden Van het gebeuren Dat hen destijds had samen gebracht En zo werd zij gesloten Van buiten gaaf Van binnen verscheurd Geschonden en gebroken De band tussen wat is en was Ontbonden Ze treurt om wat is gebeurd Haar bladzijde dof en mat Geen glans meer te bespeuren Helemaal in zichzelf gekeerd Vraagt ze zich af Zal hij haar ooit nog...

Het soortelijk gewicht van adem

Het lichaam Is de enige plek  Waar adem kan zinken. Want wie ademt Die weet Dat adem kan zinken Kan zinken Zo diep O Zo diep Als ze maar zinken kan. Als ze maar kan zinken. Dan zal ze zinken Geheel op eigen kracht Zo door en door onzwaar Wat leeg is voldrinken. Zo diep Zal ze zinken Dieper dan Je dacht te denken Haar te kunnen dwingen Nog dieper dan De bodem Waar je dacht dat enkel angst kon bezinken Nog dieper zal ze zinken. Het lichaam is de enige plek Waar adem kan zinken.