Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

Maanmeisje

Ze heeft twee kanten Als een dubbeltje Dat van geen keren wil weten Al een eeuwigheid Kijkt ze ons aan Wie haar volmaakt wil kennen Moet haar omarmen En op de tast En met verbeelding Haar ommezijde Leren kennen Zo lijkt het Op het eerste gezicht Voorgoed te zullen gaan Maar voor wie goed kijkt Is er altijd een andere kant Van de maan te zien Zoals toen ik voor 't eerst Naar haar mocht kijken En jij naast mij kwam staan.

Traanlaven

Met het zilt van jouw tranen Stroomt ook de vreugde Die schuil gaat Achter jouw verdriet mij Door de aderen Wat mij glans geeft Is jouw gloeien Dat ik alvast laat opbloeien Tot het opklaart De zon de kleuren Uit het zwart van mijn vleugels laat scheuren En de tijd daar is Om het te laten gebeuren Het moment Waarop treurnis Stolt tot vernis Op de schoonheid van jouw ziel.
 Zwaartekracht van het verkeerde soort Als ze bestaat, bestaat ze hier Tussen ons waar we elkaar toe Vallen als was het De gewoonste zaak ter wereld (Tussen ons) Geen ontkomen aan Zoals de aarde haar maan Zo lijkt het ook ons te vergaan Het zou  Zo leren ons geleerden Van op gepaste afstand Wel eens liefde kunnen heten Dat wat twee lichamen Tot elkaar verbindt Maar laat daar nu net voor nodig zijn Een welbepaald soort evenwicht Niet van het onontkoombare soort Dat men in de nabijheid van Zwarte gaten vindt, noch iets wat Onlosmakelijk, maar net losmakelijk verbindt.

Verdwaaltaal

Ze komt overal te laat is nergens gepast valt altijd verkeerd en is iedereen tot last ze laat zich o zo makkelijk verleiden, laat zich binden als geen één laat nooit na je ziende te verblinden om daar dan doekjes om te winden en je achter te laten op het verkeerde been ze is van geen tel en toch zo vol van zichzelf adembenemend van oor tot oor ze gaat maar door en door en door alsof ze haast heeft de wereld haar op de hielen zit (terwijl het net andersom) de tijd haar inhaalt er ooit een klokslag middernacht komt die haar betovering verbreekt zodat iedereen zal zien dat er eerst iets moet gebeuren alvorens men er over spreekt.

Boorling

Om te volgroeien om te volwassen  om te komen daar waar het leven eindelijk zal passen moet ik en zal ik want kan ik en denk ik geloof ik tegen beter weten in dat wat niet is nog zal komen en wat niet komt toch niet waar zal zijn het zal toch niet en zodus al doende lerend vergeet ik wat ik toch al niet wist verdwaal ik tot ik als het ware thuis ben sla ik voordeuren dicht om telkens opnieuw te merken dat ik buiten sta hoe vaak ik de drempel ook over ga in de richting van het warme licht dat door de kieren lonkt ben ik nu waar men mij kent met naam en toenaam en verleden een stem die hen behaagt, een blik die hen bejegent, een hand die hen hulp aan reikt, woorden die hen vertrouwd in de oren klinken geluid, geuren, beelden, landschappen, gewoontes en gebruiken van hun binnenlanden, alles aan mij inheems en geruststellend doodnormaal zelfs hun taal is me meer eigen dan ik mijn eigen verhaal dan ik, mijn eigen ontzielde verwant ik, mijn eigen buitenland.

Samen

Uitspreken Inzwijgen Neerlaten Opstijgen Tussenwerpen Omvangen Neerdalen Overbergen Onderwerpen Overvangen Inslikken Uitspuwen Ontmaskeren Bezichtegen Tegendelen Voorenigen Napraten Voorluisteren Aanhoren Afzeggen Loszingen Vastvoelen Omwoelen Gladstrijken

Wilg

 Wilg. Tegen de wind aanleunen Zelfs als ze er niet is Je tegen haar aan vlijen Elkaar omarmen zij enkel zichtbaar Als ze jou door de haren strijkt Je strelen een reiken naar de toppen Van haar wervelende vingers Je wentelt je tegen haar borst Zo ontzettend langzaam jij je torst Zo snel en vluchtig vervaagt Haar adem zucht een echo Tintelend tussen je bladeren alsof Jij smeekt je komt toch Terug, je laat me hier toch niet  Voor gek zo staan getorst, leunend, alsof Ik er vandoor zou gaan me uit alle macht vast Klampend in de aarde om toch in volle tederheid Paraat te staan als jij weer komt om met mij Om en om en om te gaan.

Reuzendrager

  Als ik schrijf, hoef ik niet te kiezen in welke van jouw ogen ik moet kijken, kan ik mijn woorden zorgvuldig laten verstommen zodat jij ze later weer kan laten klinken zoals jij ze horen wil. Geen drukte om stemgeluid om nadrukken, om indrukken, om hoogtes en laagtes, om ongemakkelijke stiltes, om wie zegt wat wanneer, geen buiten adem meer van al het nahappen van spijt over wat en hoe ik het gezegd heb. Laat mij maar van hier naar jou hunkeren, vrijen is altijd vrijer, tastbaarder wanneer ik in gedachten de liefde bedrijf met de herinnering aan jouw lichaam en het mijne naar behoren ons weet te behagen omdat mijn huid zich niet moet inspannen om te ontspannen bij iedere aanraking ik niet druk in de weer moet met regisseren van lippen en tong wanneer ze met die van jou aan het spelen gaan,  mijn vingers overal en nergens zijn en altijd waar ze zijn moeten, en ik kan voelen voelen hoe je voelt hoe ze je raken ik me geen zorgen moet maken over een genot van aanraken dat ik zel...

Uitheems

Ze klonk uitheems, alsof haar adem eens haar lippen voorbij pas door klank gekleurd werd maar het maakte mij kleurendoof niet veel uit wat ze zei maakte me hoedanook blij ze ademde en ademde liefde en ik hou van jou  in één en dezelfde adem erbij alsof het niets was en ik ik stond erbij te luisteren steeds maar dichter en dichter tot ik me bijna zo inheems voelde inheems zoals jij jouw jij.

Rotjaar

Toeval? Natuurlijk is het geen toeval dat ik op dezelfde middag twee vrienden tegen het lijf loop. Allebei dertigers. En allebei vertellen ze me dat ze de boel gaan omgooien. En allebei vertellen ze me dat nadat ik hen de volgende samenvatting van het voorbije jaar heb gegeven: "Rotjaar." Mijn vader is plotseling zwaar ziek geworden. Nu gaat het gelukkig beter met hem. Zakelijk was het een kleine ramp. En dan heb ik zelf ook nog gesukkeld met mijn gezondheid. Ondertussen gaat het weer wat beter. We werken ons kapot. En als we ons kapot gewerkt hebben, denken we om de één of de andere gekke reden dat we ons kapot moeten werken om weer te genezen. Daarvoor moet je goed ziek zijn, me dunkt. En misschien zijn we dat ook wel. Toen ik nog een opleiding tot therapeut volgde, hadden we een docente die ons vertelde over onze bodyguard, letterlijk: de bewaker van ons lichaam. Als je opgebrand en uitgeput in elkaar zeeg, dan kon je dat ook zien als een teken dat je bodyguard goe...