Dat we van botten zeggen dat ze breken En van huid dat ze scheurt Heeft met de traagheid te maken Waarmee de overgang van het ene Naar het ene en het andere gebeurt. Zodoende gebeurt het zelden Dat stof of water breken, Een dijk of glas, of het verzet van een moedig mens scheurt. Waarom dan toch van hartverscheurend spreken, Als de een het hart van de ander breekt En haar geen blijk van liefde meer waardig keurt.
Hannes Couvreur