Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

Onbepaald tegenwoordige tijd

Wat nog zal, zal wellicht, Of even goed Nog niet, misschien wel Nooit, terwijl ooit ergens Ligt te verstoffen en wij blijven sloffen Van daags, naar daaglijks, alsof 't Nooit daagt, laat staan verdaagt Dat we iets ondraaglijks doen En zodoende doende Doen wij verder voort Pendelen bestemmingsloos Zoals het hoort Vertrekkensklaar en aankomstgretig Doorheen dit stilaan thuisloze oord Dat ooit iets had van hier en daar Van ergens, nergens, ooit en nooit voorwaar Van nu en straks, toen, dan, meteen Van heen en weer, en weer terug, Van wat niet is en nog kan komen Van gaat nu allen heen In vrede, of in auto's, met de fiets, de step Het openbaar vervoer Tesamen of alleen God mag het weten waar Gaat het met ons heen We draaien rondjes Om onze as Tot spijt van wie 't benijd Leven we In een onbepaald allom tegenwoordige tijd

Thuis

Als het stormt buiten, wil ik met jou achter het venster staan kijken.   Als het regent wil ik naast je liggen luisteren naar het geroffel van de druppels op het dakvenster.   Als het sneeuwt wil ik mijn handen in jouw jaszakken warmen of die van jou in de mijne.   Als de zon brandt in de zomer wil ik naast je liggen in het gras wanneer we onze blikken laten meevoeren door de zwaluwen die als volleerde acrobaten door de lucht dartelen.   Het is heerlijk thuiskomen bij je, al weet ik dat er nog een fijner thuiskomen wacht wanneer ik niet meer bang hoef te zijn om te verdwalen van mezelf.

Entre mi-temps

En als je daar dan bent Je niets of niemand nog herkent Je niet meer weet Wat onder boven Links of rechts van jou bestaat Als het niets meer uitmaakt Of je nu blijft hangen Je je laat drijven, Of zinkt of verder zwemt Er geen sprake meer is Van ergens of waarheen Van aankomen of verdwalen Van straks, vroeger, nu en later of meteen Dan, net dan wanneer noch moeten noch mogen nog van tel zijn Dan daar, ja, net daar waar verdwalen en terecht zijn  — perfect inwisselbaar Het er niet meer toe doet Wat van betekenis is En wat niet Net dan en daar Gebeurt het Noch wel Noch niet

Door het spiegelglas

En achter haar, over haar schouders Kijken ze mee, de ouders Die ze wilde Maar nooit zo heeft gehad Ik zie ze staan hun handen Reiken naar haar schouders Vingers graaien maaien lucht Geen huid, geen hart, geen zucht Die houvast Houd me vast Geeft Die de tijd terug geeft Om van te houden Zo staan ze daar, Zij en hen, zij Aan zij Met mij erbij Tegen wie je zegt Wat niet voor mij Maar wel voor hen Het duurde even Voor ik wist Dat in jouw spiegel Voor mij Geen plaats was Ga weg blijf bij mij Zorg voor mij laat mij Zie mij hoor mij voel mij Niet jij waarom jij Wie ben jij bij mij Word volwassen Knap op me af Blijf hier ga weg Bij mij En niemand die daar blij Van werd ik ziek jij ziek wij Ziek zij Aan zij Tot ik hen zag en verder keek Dan jij Ik eindelijk van wijken en ontwijken wist Je woorden, je woede, je verdriet, je wanhoop Door me heen liet gaan, want Niet voor mij Nu kijk ik in mijn eigen spiegel Alleen Naar mezelf en wat er overblijft Van mijn ouders Uit een leven zo voorbij En hoop ...

Als het masker valt

Je bent een narcist Zei je Tot ik het geloofde Elke keer Ik in de spiegel keek En ik elke schim Van liefde Voor mezelf Verwarde Met afkeer Hoe vaak een ander Ook mij Van het tegenbeeld Probeerde te overtuigen Ik was diegene Die jij mij Keer op keer liet zien Tot op een dag Ik een stap opzij deed En jij hetzelfde zei Tegen iemand In de spiegel Die niet ik Maar jouw gelijke bleek Ik mezelf voor 't eerst Weer in de armen sloot En mijn eigen Weg wandelde Zonder ommezien. https://vimeo.com/521490278

Ik en jij en wij

Ik en jij en wij Kennen elkaar nog niet Noch van haar Noch van pluimen Noch van eerste liefdes Of het laatste verdriet Dat ons bracht waar nu Hier is en hier nu Iets is wat erg lijkt Op wat ik en jij en wij Delen, gemeen, minzaam Elk van ons en van ons elk gelijk. Ik en jij en wij Kunnen elkaar nog niet Kennen, weten wat te doen Als misverstanden en juistvoelen Elkaar voor de voeten lopen De harten hun plaats Niet vinden, vingers weg wijzen Naar waar wij onmogelijk nog Ik en jij en wij kunnen zijn Elk van ons en van ons Elk gelijk Ik en jij en wij Doen ertoe, erlangs, erover, erin, erop, eronder, erom Heen, en terug Ergens, tussen het alleen Van eenzaam naar gemeenzaam Van dansen uit de maat, tot buitenmaats Het ritme van ons en van ons alleen We houden voetje voor voetje bij stuk Tot niets ons nog drijft Uiteen Uit een Tot wij en jij en ik elk Van ons en van ons elk Gelijk zijn en ieder Ieder Één.

Waar wachten we nog op

Waar wachten we nog op De appel die de val Nog voor de steel breekt De vogel op de richel Nog voor hij de vleugels strekt Het zaad in de grond Nog voor de kiem de kop op steekt De ster die brandt Nog voor ze zich in zichzelf keert En een laatste keer alles geeft De druppels die alsmaar hoger gaan Nog voor ze samen neerslaan De spanning die zich ophoopt Nog voor de bliksem ontbrandt De glazen in de kast Nog voor ze klinken Een tong die nog rustig in de mond Nog lang voor ze vreemde lippen streelt Vingers, een hand, op een stoel Nog voor ze op verkenning gaan Een bed, beslapen Nog lang voor het gedeeld wordt En Ik en jij Nog voor wij Daar Daar wachten wij nog op.

Spijt

Toe, Heb geen spijt, lieverd, Het was de tijd, Die gaf en nam Wat ons toe kwam komen En ons ontkwam Wat wij met beide handen Ter ganser harte namen Balanceerden tussen de kussen En de tippen van onze tong Wat onze lippen streelde Bespeelde En ons ontdeelde Bemeerde niet beminde Verblijde en verblindde Tot het leven ons de adem benam En er een einde kwam Aan wat we met geen begin Hadden kunnen ontglippen. Toe, Heb geen spijt. Het was de tijd, lieverd Die gaf en nam Wat ons toe kwam komen En ons ontkwam.

De taal waarin het nieuws ons te beurt valt

De taal waarin het nieuws ons te beurt valt, Waarin de wetenschap zich bedrijft, Waarin wetten ons een keurslijf aanmeten, En onze vrijheid beschermen, Waarin de mode van de tijd ons inlijft, Waarin de politiek keuvelt en kijft, Waarin de één de winst binnenrijft, En de ander verder naar de armoede afdrijft, Daarin ontbreekt het aan verbeelding Die grenzen overschrijdt en verbindt Wat onverbreekbaar is en toch gebarsten En gebroken want verstijfd Van angst. Voor ieder die zich met de wereld Geen weet blijft Is er iemand die schrijft Een taal die verdrijft De wanhoop die afkerig staat Voor alles wat neigt Naar tederheid. Het is tijd Voor poëzie Die verblijdt De blik verwijdt Het hart omwarmt En lijden omleidt Die nijd bestrijdt met genegenheid En die ons laat heropleven Met de grootst mogelijke besmettelijkheid.

Harnas

Wat ooit begon Met liefdevol omarmen Heeft zich gehard tot pantser, hier Komt geen mens meer in. Dan komt de dag Dat ik je een hand wil reiken Je aan wil raken, zonder tegenzin Kan ik niet langer voelen Of het jouw huid is Of de mijne Zo hard Zo kil Zo zonder leven Binnenin. Geschreven nav dit verhaal van Peter Verheyen over zijn cliënt Charlotte: https://www.facebook.com/peter.verheyen/posts/10225552331624189

Reflex

Waar kijk je naar Als je in mijn ogen kijkt? Wat hoop je er te zien? Wat anders zoekt jouw binnenkant zich dan een weg naar wat vertrouwd voelt een drempel waar je zonder struikelen over gaat een voordeur die je binnenlaat een lichtknop die daar is waar je hand blindelings naartoe gaat een kapstok waar je jas op neerzeilt terwijl je al de trap op gaat de geur van eten dat je smaakt nog voor je het met je lippen beroert een kus wanneer de keukendeur open gaat lippen die je kent nog voor je voelt en ziet en hoort en ruikt en proeft wie daar staat een avond waarvan je al weet hoe die verder gaat nog voor je 's ochtends de deur uit gaat op straat een wereld waar je thuis hoort waar je ook heen gaat? Waar kijk je naar Als je in mijn ogen kijkt? Wat hoop je er te zien Behalve het huis Waarin je nu al woont Zo levenslang En waar ik af en toe Langs mag komen Om te zien Wat het betekent Houden van En graag gezien?