Wat nog zal, zal wellicht, Of even goed Nog niet, misschien wel Nooit, terwijl ooit ergens Ligt te verstoffen en wij blijven sloffen Van daags, naar daaglijks, alsof 't Nooit daagt, laat staan verdaagt Dat we iets ondraaglijks doen En zodoende doende Doen wij verder voort Pendelen bestemmingsloos Zoals het hoort Vertrekkensklaar en aankomstgretig Doorheen dit stilaan thuisloze oord Dat ooit iets had van hier en daar Van ergens, nergens, ooit en nooit voorwaar Van nu en straks, toen, dan, meteen Van heen en weer, en weer terug, Van wat niet is en nog kan komen Van gaat nu allen heen In vrede, of in auto's, met de fiets, de step Het openbaar vervoer Tesamen of alleen God mag het weten waar Gaat het met ons heen We draaien rondjes Om onze as Tot spijt van wie 't benijd Leven we In een onbepaald allom tegenwoordige tijd
Hannes Couvreur