Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

koninginnedag.

"Wat doet een Nederlandse autobestuurder als hij oranje ziet? Doorrijden." (*) Kan iets zo pijnlijk zijn dat het grappig wordt? Vraag ik me af terwijl de beelden voor de zoveelste keer door mijn hoofd gaan: Man in zwarte auto rijdt dwars door toeschouwers tijdens stoet op Koninginnedag. Van alle wegen die de wereld je biedt toch de verkeerde nemen en daar aankomen waar niemand thuis hoort. Mocht je niet beter mogen weten, je zou zweren dat het kunst was, een onbekend deeltje per ongeluk ontdekt de missing link tussen wat vreugde en verdriet menselijk maakt. Blijkt een volksfeest plots een begrafenisstoet en omgekeerd. Wat moet je in zo'n geval nog met woorden als mens en monster als alles zo dicht bij elkaar ligt dat je zou denken het leven kan niet anders dan per vergissing en omgekeerd? Koninginnedag 2009.

inboorling.

er leeft een tijd tussen de dagen waar wijzers uurwerk echt geen zin vergeten een vorm van vragen spreken enkel nog in tegenzin alchemie een wetenschap, basiskennis zonder oefening filosofie een vorm van zelf gekozen begoocheling en twijfel is de adem van een dichter ondanks alles nog altijd je oudste inboorling

stickerboek.

plaatjes, als ik ze allemaal verzamel, moet het kloppen, je verhaal. maar niet vanavond. vanavond zwijg je weer kijk ik naar de nummertjes ken ze ondertussen uit mijn hoofd draai dan maar alle dubbels nog eens om in mijn hoofd. mijn besluit staat vast. morgen ga ik bij de buren horen. veel valt er waarschijnlijk niet te ruilen. wat ik te bieden heb is er te over. wat ik zoek is schaars. naar men zegt is er maar één exemplaar van in de hele wereld. naar men fluistert, heb ik het al in huis hoe meer ik zoek hoe minder ik weet waar ik heb een boek met plaatjes. als ik ze allemaal verzamel, moet het kloppen. mijn verhaal.

krant.

"amerikaanse kranten in coma". hetzelfde nieuws iedere dag opnieuw: neen, mevrouw, de toestand is nog niet verbeterd. ik zal eerlijk zijn, de kans is klein dat hij ooit nog wakker wordt. persoonlijk geloof ik niet dat zijn hand vasthouden, liedjes zingen, hem door elkaar schudden, verhalen voorlezen of geurkaarsen branden naast zijn bed daar iets aan zal veranderen. ik raad u aan om niet te veel te hopen. u moet verder, of u dat nu wil of niet. de toestand zal alleen maar verslechteren. bidden tot god? toch beter niet. dit is geen kwestie van geloven, dit is wetenschap. feitelijk is hij al dood overleden voor hij gestorven is, hij was ons - om het zo te zeggen - te snel af. ik begrijp uw verdriet de wereld draait door maar dit nieuws verandert niet.

len. te

ik bewaar de woorden in mijn mond. zolang het winter is zijn ze daar veilig voor de vorst. geleerd als ik ben laat ik me niet verleiden door de eerste lentezon nog teveel mist in je lach, 's nachts koelt het veel te rap af om goed te zijn. spreken is iets waar je jaren over moet doen om te begrijpen dat wat je zegt maar één seizoen de kans krijgt om voluit te bloeien schrijf ik en leg m'n oor te luister aan je adem die langzaam warmer wordt morgen kom ik buiten een perk vol bloemen begint met twee sprietjes "jij en ik"

vrij.

"Op een dag zal ik vrij zijn toch?" zei ik met net genoeg stelligheid om de stelling zelf overeind te houden. Sinds gisteren hangt er een bordje Verboden de werf te betreden en kan het verval van de gevel achter de schermen rustig zijn gang gaan onder het mom van er wordt opgeknapt.

Derde Brief aan Maarten Inghels: netwerkstoringen

verbind met ander netwerk ze heeft zonder het te weten een valstrik gelegd. maar wat zou het? vandaag is alles zo www als het maar zijn kan. kan het zijn? kan het maar zijn? vraag je je af, terwijl je god weet welke gedachten even probeert te bannen, je je blik ten slotte toch vol verwachting ten hemel richt, eeuwig blauw scherm, zelfs daar geen foutmelding te bespeuren. een kraai pixelt je gedachten. je knippert met je ogen. als een mens alle milliseconden knippering optelt, hoeveel dagen van zijn leven is hij dan blind? je sluit je ogen, voorgoed, maar dan in 5 minuten, probeert rebels zijn op de tast even uit, zo traag dat de wereld haast vanzelf in beweging komt. ho maar, bijna trein gemist. er galopperen drie paarden voorbij. de wind legt de zweep op het grasveld, mustang gevangen tussen prikkeldraad, de ruiter blaast zich te pletter. het staal wil van geen wijken weten, buigt even mee bij impact, scheurt vlaag na vlaag aan stukken. de laatste restjes van een muur zijn nooit te sl...

Brief aan Maarten Inghels (re: brief 09/02)

Fragment van een onmogelijk rondo met drie puntjes in het midden Zou de aarde weten wat ze wil? En zo ze zou weten wat ze wil, zou ze dan nog plichtsbewust om haar as draaien? Zou ze de zwaartekracht vaarwel zeggen en uitdijen tot aan het einde van het heelal? Of zou ze naar de zon toe suizen om haar uit het middelpunt van de belangstelling te knikkeren? Zou de schurftige albinohond weten wat hij wil? En zo hij zou weten wat hij wil, zou hij je dan nog plichtsbewust aankijken terwijl je hem aanspreekt? Of zou hij zijn tanden ontbloten en onbedaarlijk beginnen te lachen om je dan de staart toe te keren, huiswaarts te gaan en er een stukje Mozart te spelen? op een historisch verantwoord klavierinstrument. ... Zou jij weten wat je wil? En zo je zou weten wat je wil, zou je dan nog dichten? Splinters van een orgelpunt Aan antwoorden ben ik niet besteed. Ik heb er de vragen niet voor. Sta me toe om geen excuses te zoeken. “And it makes me float free, to feel how small my life must be” zingt...

Brief van Maarten Inghels (re: brief 05/02)

Deze brief, dit gedicht, is het antwoord van Maarten Inghels op de brief die ik op 05/02 aan Maarten schreef. Arne, ik zou willen weten: wat maakt het de moeite waard om dit leven te blijven leiden te volharden in boosheid en door te blijven schrijven; brieven opstellen, gedichten waarin je jezelf aanprijst en de ander in herkent. Je zou niet zeggen: je zou niet zeggen dat we al geruime tijd problemen hebben met ons hart, toch mixen we de absint met champagne, de ontploffing onder mijn huid maakt van de zon een persoonlijke vriend. Arne, ik zou willen weten: wat maakt het de moeite waard, want vandaag sprak ik met een albino- hond op straat, zijn schurftige rug stond stijf van een lsd-trip, de kussens op zijn voetzolen lagen open van de spuiten vol geluk, maar iets zinnigs zeggen deed-ie niet. De dokter zegt dat ik leef in de (n)onwerkelijkheid, ik zeg dat ik wacht op de uitkering van mijn liefde. In afwachting bekijk ik schreeuwerige powerpoint-presentaties, lees ik mijn wratten als b...

Brief aan Maarten Inghels

Ik dicht niet voor de poëzie. Ik dicht voor het leven.Weet je waar het dichterscircus me aan doet denken? Aan veredelde zwaardvechters. Mensen die hun kunst beoefenen in tournamenten waarvan niemand nog weet waar ze voor dienen. Tijdens een oorlog valt er geen land met ze te bezeilen. Ze zouden geen slagveld meer herkennen mochten ze er één zien. Dichters. Het zouden de levenskunstenaars moeten zijn, de bakkers, de slagers, de guerillero's van de joie de vivre, de terroristen van de vitaliteit. Het dichterscircus. Vormfetisjisten die nauwelijks nog goeiedag kunnen zeggen en het nog menen ook. Die weten wat het betekent, zonder het te verfoeien als platvloers, populistisch en oppervlakkig. Mensen die het spreken, het oreren, het ratelen en het reutelen tot een kunst om de kunst hebben verheven, waardoor ze nauwelijks nog de vragen horen om zich heen. Iedere ontmoeting Maarten, is voor mij een vraag. Iedere ontmoeting is de kans op een ontdekking. Iedere mens is geboren met een vraag...

Revision: There's something rotten in the state of poetry

There’s something rotten in the state of poetry. Er zijn dichters die de wereld niet eens de kans geven om vragen te stellen. Het zijn dichters die zich bekwaamd hebben in de kunst van het antwoorden nog voor jij of ik zich kunnen afvragen: “Wat bedoel je hier nu mee?” Dan zeggen zij: dit gedicht behoeft geen uitleg, zonder aanhalingstekens, want liefst geen commentaar meer. En dan stopt het gesprek en hoe hard ik ook luister naar hun antwoorden, het zijn enkel vragen die je hoort, vragen die je niet meer stellen mag. Dan kijken zij triomfantelijk in het rond, zij zijn meestal niet zo groot en staan graag op een podium om dan met veel voldoening - zo lijkt het toch - het volkje te overschouwen waarvan zij zich losgerukt hebben. Dan kijken zij dus triomfantelijk in het rond en horen wat lijkt op stilte als bevestiging van hun gelijk. Een lelijke vergissing, zowaar, want als angst een soortelijk gewicht zou hebben en een viscositeit die groter is dan, nou, het getal dat je nodig hebt om ...