Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

Posts uit 2009 tonen

Snapshots van het avondland: Zestig cent

Als de achterkant van het heelal nog niet bestaat, dan moeten ze die nu uitvinden: de plek waar alles ongenadig eindigt, de hoek waar alle naden samenkomen, de tol van het streven naar perfectie, de steenpuist van God, precies waar hij zitten moet. Daar. Dat is dan zestig cent. Dank u. Iedereen komt hier op audiëntie, ongevraagd en naar believen. Zolang je maar je beurt afwacht is er geen probleem. De duur van het bezoek bepaal je zelf. De invulling die je eraan geeft ook. Daar bemoeit ze zich niet mee. Wereldleiders, teringlijders, iedereen is voor haar gelijk. Dat is dan zestig cent. Dank u. Het gaat hier niet over wereldschokkende zaken. Daar hebben ze buiten hun handen al vol mee. Het gaat hier over het hoogstnoodzakelijke, over de zaken waar in het openbare leven meestal over wordt gezwegen. Al worden er ook hier niet veel woorden aan vuil gemaakt. Dat is dan zestig cent. Dank u. We zijn bang geworden voor wie we zijn. Dat zie je zo. Ze haasten zich hier naartoe alsof hun leven er...

clown

Soms wil ik mijn thee uitdrinken en zeggen: "Ik stop ermee. Ik word clown." Maar het moeilijkste aan clown worden, zo heb ik na al die jaren theedrinken geleerd, is beginnen. Het circus, het publiek, de schmink, het licht, de truukjes, neus en schoenen, daar ligt het niet aan, dat groeit er wel aan met de jaren. Maar je moment kiezen, of beter, het moment dat jou kiest en dan weten dat het zover is het herkennen als je in de spiegel kijkt of beter, als je een spiegel voorgehouden wordt net op het moment dat je woedend je kop door de kamer hebt gekeild nadat je wat thee gemorst had op je kraaknette pak en je vrouw je aankijkt met een blik van "Ben je nu helemaal gek geworden?" je het niet zeker weet of je nu moet huilen of lachen. Dan. Dat is het moeilijkste. Voor Danny Ronaldo

circus. zomaar

Poëzie is het doen omdat je weet dat het straks misschien niet meer kan. Gewoon, zomaar. Zoals de acrobaat nog iedere avond zijn vrouw boven zijn hoofd tilt, na meer dan vijftig jaar en één dag. En morgen misschien twee. Of zoals de clown die met grootse schoenen de kleinste kruimel uitdaagt om hem te doen struikelen om dan in stijl te vallen en hoogmoed en noodlot vakkundig te herleiden tot een detail waar je met de glimlach aan voorbij gaat. Misschien is dat ook het mooie aan mislukken, dat het zo ook kan. En wanneer het dan gebeurt, dan is het maar dat. Gewoon gedaan, zomaar. Leven is het doen in stijl omdat je weet dat het straks misschien niet meer kan. Gewoon. Zomaar. Voor Danny Ronaldo

petit histoire

je zou kunnen denken ze dronk een glas rode wijn van die hele diepe waarin zelfs een woord als aarzelen ternauwernood kan opborrelen en ze proestte omdat ze een kreet wilde slaken van 'het zal toch niet waar zijn zeker?' van vreugde om de vrijheid om daarna met haar ranke vingers de achtergebleven druppels van haar onderlip te vegen haar ogen onbeweeglijk op het schouwspel gericht ze schieten langzaam vol links biggelt een eerste traan over haar met blos begeesterde wang verzoent zich met een druppel wijn en valt, na even aan haar kin gebalanceerd te hebben n a a r b e n e d e n . je zou kunnen denken ze dronk een glas rode wijn als je niet wist er is zopas een kogel door haar hart gegaan.

onderweg - 19 VII 09 - beautiful freak

ze zit tegenover me in de trein. de dame met haar pincet. op haar schoot ligt een boek. ze leest. al kan ik dat moeilijk geloven. want met haar ene hand speurt ze voortdurend haar gezicht af op zoek naar zonevreemde haartjes en samenzweerderige puistjes. haar andere hand blijft standby, pincet in de aanslag. klaar om in te grijpen wanneer het nodig is. volgende pagina. daar gaat het pincet naar haar kin, knijpt ongenadig in onzichtbare boosdoeners terwijl ze met haar andere hand blijft speuren naar lijfeigen ongedierte. ze trekt en knijpt en tast en trekt, knijpt, tast, trekt, knijpt, tast en pulkt diep in haar neus. verwijdert een snotkorrel. met haar andere hand trekt ze schijnbaar lukraak haren uit haar hoofd en strooit ze op de grond, samen met de snotkorrel. hier wordt niet getalmd. ze pulkt en ze strooit. en pulkt en strooit. pulkt en strooit, pulkt en strooit, pulkt, strooit, pulkt ... en knabbelt. en slikt. en trekt weerom haren uit haar hoofd. mijn armen verkrampen. ik wil haa...

splinterpunt

Aan antwoorden ben ik niet besteed. Ik heb er de vragen niet voor. Sta me toe om geen excuses te zoeken. “And it makes me float free, to feel how small my life must be” zingt mijn vrouw terwijl ze zich afvraagt: hoe gek is het leven eigenlijk? wij zijn aan elkaar gewaagd, als veranderling zullen wij nooit meer dezelfde zijn dan blindgangers afgevuurd in spiegels met spiegelneuronen als onvermijdelijk uitwijkmanoeuvre altijd en overal gelukkig maar

koninginnedag.

"Wat doet een Nederlandse autobestuurder als hij oranje ziet? Doorrijden." (*) Kan iets zo pijnlijk zijn dat het grappig wordt? Vraag ik me af terwijl de beelden voor de zoveelste keer door mijn hoofd gaan: Man in zwarte auto rijdt dwars door toeschouwers tijdens stoet op Koninginnedag. Van alle wegen die de wereld je biedt toch de verkeerde nemen en daar aankomen waar niemand thuis hoort. Mocht je niet beter mogen weten, je zou zweren dat het kunst was, een onbekend deeltje per ongeluk ontdekt de missing link tussen wat vreugde en verdriet menselijk maakt. Blijkt een volksfeest plots een begrafenisstoet en omgekeerd. Wat moet je in zo'n geval nog met woorden als mens en monster als alles zo dicht bij elkaar ligt dat je zou denken het leven kan niet anders dan per vergissing en omgekeerd? Koninginnedag 2009.

inboorling.

er leeft een tijd tussen de dagen waar wijzers uurwerk echt geen zin vergeten een vorm van vragen spreken enkel nog in tegenzin alchemie een wetenschap, basiskennis zonder oefening filosofie een vorm van zelf gekozen begoocheling en twijfel is de adem van een dichter ondanks alles nog altijd je oudste inboorling

stickerboek.

plaatjes, als ik ze allemaal verzamel, moet het kloppen, je verhaal. maar niet vanavond. vanavond zwijg je weer kijk ik naar de nummertjes ken ze ondertussen uit mijn hoofd draai dan maar alle dubbels nog eens om in mijn hoofd. mijn besluit staat vast. morgen ga ik bij de buren horen. veel valt er waarschijnlijk niet te ruilen. wat ik te bieden heb is er te over. wat ik zoek is schaars. naar men zegt is er maar één exemplaar van in de hele wereld. naar men fluistert, heb ik het al in huis hoe meer ik zoek hoe minder ik weet waar ik heb een boek met plaatjes. als ik ze allemaal verzamel, moet het kloppen. mijn verhaal.

krant.

"amerikaanse kranten in coma". hetzelfde nieuws iedere dag opnieuw: neen, mevrouw, de toestand is nog niet verbeterd. ik zal eerlijk zijn, de kans is klein dat hij ooit nog wakker wordt. persoonlijk geloof ik niet dat zijn hand vasthouden, liedjes zingen, hem door elkaar schudden, verhalen voorlezen of geurkaarsen branden naast zijn bed daar iets aan zal veranderen. ik raad u aan om niet te veel te hopen. u moet verder, of u dat nu wil of niet. de toestand zal alleen maar verslechteren. bidden tot god? toch beter niet. dit is geen kwestie van geloven, dit is wetenschap. feitelijk is hij al dood overleden voor hij gestorven is, hij was ons - om het zo te zeggen - te snel af. ik begrijp uw verdriet de wereld draait door maar dit nieuws verandert niet.

len. te

ik bewaar de woorden in mijn mond. zolang het winter is zijn ze daar veilig voor de vorst. geleerd als ik ben laat ik me niet verleiden door de eerste lentezon nog teveel mist in je lach, 's nachts koelt het veel te rap af om goed te zijn. spreken is iets waar je jaren over moet doen om te begrijpen dat wat je zegt maar één seizoen de kans krijgt om voluit te bloeien schrijf ik en leg m'n oor te luister aan je adem die langzaam warmer wordt morgen kom ik buiten een perk vol bloemen begint met twee sprietjes "jij en ik"

vrij.

"Op een dag zal ik vrij zijn toch?" zei ik met net genoeg stelligheid om de stelling zelf overeind te houden. Sinds gisteren hangt er een bordje Verboden de werf te betreden en kan het verval van de gevel achter de schermen rustig zijn gang gaan onder het mom van er wordt opgeknapt.

Derde Brief aan Maarten Inghels: netwerkstoringen

verbind met ander netwerk ze heeft zonder het te weten een valstrik gelegd. maar wat zou het? vandaag is alles zo www als het maar zijn kan. kan het zijn? kan het maar zijn? vraag je je af, terwijl je god weet welke gedachten even probeert te bannen, je je blik ten slotte toch vol verwachting ten hemel richt, eeuwig blauw scherm, zelfs daar geen foutmelding te bespeuren. een kraai pixelt je gedachten. je knippert met je ogen. als een mens alle milliseconden knippering optelt, hoeveel dagen van zijn leven is hij dan blind? je sluit je ogen, voorgoed, maar dan in 5 minuten, probeert rebels zijn op de tast even uit, zo traag dat de wereld haast vanzelf in beweging komt. ho maar, bijna trein gemist. er galopperen drie paarden voorbij. de wind legt de zweep op het grasveld, mustang gevangen tussen prikkeldraad, de ruiter blaast zich te pletter. het staal wil van geen wijken weten, buigt even mee bij impact, scheurt vlaag na vlaag aan stukken. de laatste restjes van een muur zijn nooit te sl...

Brief aan Maarten Inghels (re: brief 09/02)

Fragment van een onmogelijk rondo met drie puntjes in het midden Zou de aarde weten wat ze wil? En zo ze zou weten wat ze wil, zou ze dan nog plichtsbewust om haar as draaien? Zou ze de zwaartekracht vaarwel zeggen en uitdijen tot aan het einde van het heelal? Of zou ze naar de zon toe suizen om haar uit het middelpunt van de belangstelling te knikkeren? Zou de schurftige albinohond weten wat hij wil? En zo hij zou weten wat hij wil, zou hij je dan nog plichtsbewust aankijken terwijl je hem aanspreekt? Of zou hij zijn tanden ontbloten en onbedaarlijk beginnen te lachen om je dan de staart toe te keren, huiswaarts te gaan en er een stukje Mozart te spelen? op een historisch verantwoord klavierinstrument. ... Zou jij weten wat je wil? En zo je zou weten wat je wil, zou je dan nog dichten? Splinters van een orgelpunt Aan antwoorden ben ik niet besteed. Ik heb er de vragen niet voor. Sta me toe om geen excuses te zoeken. “And it makes me float free, to feel how small my life must be” zingt...

Brief van Maarten Inghels (re: brief 05/02)

Deze brief, dit gedicht, is het antwoord van Maarten Inghels op de brief die ik op 05/02 aan Maarten schreef. Arne, ik zou willen weten: wat maakt het de moeite waard om dit leven te blijven leiden te volharden in boosheid en door te blijven schrijven; brieven opstellen, gedichten waarin je jezelf aanprijst en de ander in herkent. Je zou niet zeggen: je zou niet zeggen dat we al geruime tijd problemen hebben met ons hart, toch mixen we de absint met champagne, de ontploffing onder mijn huid maakt van de zon een persoonlijke vriend. Arne, ik zou willen weten: wat maakt het de moeite waard, want vandaag sprak ik met een albino- hond op straat, zijn schurftige rug stond stijf van een lsd-trip, de kussens op zijn voetzolen lagen open van de spuiten vol geluk, maar iets zinnigs zeggen deed-ie niet. De dokter zegt dat ik leef in de (n)onwerkelijkheid, ik zeg dat ik wacht op de uitkering van mijn liefde. In afwachting bekijk ik schreeuwerige powerpoint-presentaties, lees ik mijn wratten als b...

Brief aan Maarten Inghels

Ik dicht niet voor de poëzie. Ik dicht voor het leven.Weet je waar het dichterscircus me aan doet denken? Aan veredelde zwaardvechters. Mensen die hun kunst beoefenen in tournamenten waarvan niemand nog weet waar ze voor dienen. Tijdens een oorlog valt er geen land met ze te bezeilen. Ze zouden geen slagveld meer herkennen mochten ze er één zien. Dichters. Het zouden de levenskunstenaars moeten zijn, de bakkers, de slagers, de guerillero's van de joie de vivre, de terroristen van de vitaliteit. Het dichterscircus. Vormfetisjisten die nauwelijks nog goeiedag kunnen zeggen en het nog menen ook. Die weten wat het betekent, zonder het te verfoeien als platvloers, populistisch en oppervlakkig. Mensen die het spreken, het oreren, het ratelen en het reutelen tot een kunst om de kunst hebben verheven, waardoor ze nauwelijks nog de vragen horen om zich heen. Iedere ontmoeting Maarten, is voor mij een vraag. Iedere ontmoeting is de kans op een ontdekking. Iedere mens is geboren met een vraag...

Revision: There's something rotten in the state of poetry

There’s something rotten in the state of poetry. Er zijn dichters die de wereld niet eens de kans geven om vragen te stellen. Het zijn dichters die zich bekwaamd hebben in de kunst van het antwoorden nog voor jij of ik zich kunnen afvragen: “Wat bedoel je hier nu mee?” Dan zeggen zij: dit gedicht behoeft geen uitleg, zonder aanhalingstekens, want liefst geen commentaar meer. En dan stopt het gesprek en hoe hard ik ook luister naar hun antwoorden, het zijn enkel vragen die je hoort, vragen die je niet meer stellen mag. Dan kijken zij triomfantelijk in het rond, zij zijn meestal niet zo groot en staan graag op een podium om dan met veel voldoening - zo lijkt het toch - het volkje te overschouwen waarvan zij zich losgerukt hebben. Dan kijken zij dus triomfantelijk in het rond en horen wat lijkt op stilte als bevestiging van hun gelijk. Een lelijke vergissing, zowaar, want als angst een soortelijk gewicht zou hebben en een viscositeit die groter is dan, nou, het getal dat je nodig hebt om ...

There's something rotten in the state of poetry

There’s something rotten in the state of poetry. Er zijn dichters die de wereld niet eens de kans geven om vragen te stellen. Het zijn dichters die zich bekwaamd hebben in de kunst van het antwoorden nog voor jij of ik zich kunnen afvragen: “Wat bedoel je hier nu mee?” Of “Ik ben boos.” Dan zeggen zij: dit gedicht behoeft geen uitleg, zonder aanhalingstekens, want liefst geen commentaar meer. En dan stopt het gesprek en hoe hard ik ook luister naar hun antwoorden, het zijn enkel vragen die ik hoor en die ik hen niet meer mag stellen. Dan kijken zij triomfantelijk in het rond, zij zijn meestal niet zo groot en staan graag op een podium om dan met veel voldoening - zo lijkt het toch - het volkje te overschouwen waar zij zich uit losgerukt hebben. Dan kijken zij dus triomfantelijk in het rond en horen stilte als bevestiging van hun gelijk. Een lelijke vergissing, zowaar, want als angst een soortelijk gewicht zou hebben en een viscositeit die groter is dan, nou, het getal dat je nodig hebt...

Gedichtendag: babelle

Babelle Ik prevel wat woorden voor me uit, bouw op goed geluk een babel met de speelkaarten die ik al jaren op zak heb. Mijn spel is in de loop der jaren beduidend sterker geworden dan de kaarten zelf. Die plooien onder het geringste gewicht. Kom zelden hoger dan een tweede verdiep. Gooi dan maar alle kaarten in één keer op tafel. Chaos troef. Zonder het juiste spel zijn de pionnen waardeloos. Dit moet een spel zijn voor verliezers. Ik geniet van het inzicht, beeld me in dat het strategisch overzicht me een voordeel geeft op de andere spelers. De beste loser dat ben ik. Ingrijpen is overbodig. Ingrijpen is onmacht. Omdat je niet kunt vatten dat begrijpen niet aan de orde is. Je verzint een stuk of wat regels, verdeelt goed geluk over een aantal medepelers en verrijkt je met andermans verlies om na afloop weer als vanouds god weet waar in het leven te staan. Deelnemen is belangrijker dan winnen. Zal wel. Het leven gaat nergens anders over. Net even anders dan het spel, dat nergens over ...

Nieuw werk in De Brakke Hond

De Brakke Hond heeft een nieuw nummer uit over poëzie en internet. Op vraag van Herlinda Vekemans en Alain Delmotte, de samenstellers van het nummer, schreef ik een essay over het onderwerp. In Het onvertelbare leven ga ik op zoek naar de waarde van poëzie in de huidige kenniscultuur. Aanvullend vind je ook nog een prozaïsch gedicht dat eerder al verschenen is op De Brakke Log. Meer nieuws: ik stop bij het Venijnig Gebroed. Dat heeft niets met het Venijnig Gebroed te maken - waar trouwens heel wat fijns te gebeuren staat. Ik ga gewoon andere dingen doen, dingen die ik al veel langer had moeten doen en waar ik tot nu toe geen tijd voor vrij gemaakt heb. Keuzes maken dus, daar draait het om. Of er nog veel poëzie komt, weet ik niet. Voorlopig is de liefde voor het genre wat bekoeld. Maar als ik Rilke mag geloven zal snel blijken of ik eraan kan ontkomen of niet. :-) Tot binnenkort. Arne.