er staat een naam op het raam. met daaronder een gezichtje. ik weet niet of je nu naar binnen of naar buiten kijkt en wat je daar dan ziet. je hebt het stiekem gedaan, zoals het hoort met kattenkwaad. want het hoorde niet zo hadden we de kinderen verteld ademen en dan gezichtjes op het raam dat maakt plekken en dan moet mama weer aan het poetsen gaan. nu je er niet meer bent weet ik niet of ik ooit nog met zeemvel en sop aan dit raam zal staan. ik laat mijn vinger langs je naam gaan en kijk je nog een keer aan. mijn besluit staat vast: ik laat je nooit meer gaan.
Hannes Couvreur