I. Je bekijken is je aanraken Maar dan zonder kringen Die het oppervlak verstoren Zonder echo die uitdijt Tot de oevers Waar de eenden En de meerkoeten Nadobberen Tussen het riet Tot zelfs het zachtste gefluister Niet meer zichtbaar is. II. Je zou me niet herkennen Als je me zag Zoals ik me zie Wanneer ik naar je kijk III. Het is een hardnekkige vorm Van verdwalen Waardoor ik telkens weer Bij jou beland. IV. Waar jij bestaat Kan ik niet zijn Het is Als met de zandloper Volledig Ledig vol Een vorm van liefde Die veel weg heeft Van achtervolgingswaanzin V. Het gaat precies Om het deel Van het tegendeel Dat we delen VI. Wat zou er gebeurd zijn Als hij In plaats van jou Te willen kussen Zijn oor Voorzichtig Tegen het jouwe Had gelegd? VII. Wie o wie Wil Zoals het water De oever En zoals de oever Het water Zij aan zij Wandelen Met mij?
Hannes Couvreur