Zij was er al Aan de overkant Op het balkon Aan een tafeltje In de avondzon Haar kamerjas Over haar nachtjapon Zat ze Voor zich uit te staren Hield in haar ene hand Een krant met nieuws Uit een steeds Vreemder land Haar andere hand Tastend Alsof het nog kon Zijn hand, Aan de andere kant Open De handpalm naar boven De vingers gebarend Kom, liefste, kom.
Hannes Couvreur