binnenstebuiten, met niets dan naden om je heen. wat aan je binnenkant is, staat te lezen. het is alvast niet te overzien. niet met de ogen die elk een helft van de wereld voor hun rekening nemen. niet met de vleugels die je hoog in de lucht. niet met je stem om te bezingen nu je buiten bent hier vanbinnen begint de liefde, begint je vlucht het nemen van de volle teugen het verdrinken het zat zijn en nooit dronken tot daar aan toe jij het wel en het jou nooit maar dan ook nooit volledig moe aan jou is een vogel, gelukkig maar aan ons is wat men heet een mens besteed we doen het dan maar met elkaar voor het leven tot een van ons beter weet en wat dan nog als alles weer in haar plooien valt en we weer één zijn als weleer dan baat geen woord en ook geen weten dan is alles aan het tegenovergestelde omgekeerd. wat moeten we dan, hier, in dat intussen wat strelen aan de lucht wat zacht de aarde voelen en ons laven aan een zucht we zijn te licht om te beseffen ...
Hannes Couvreur